Midden-Oosten

  • Contrasten

    Contrasten

    № 25 | Stop-over

    Wat gaan we doen? Verder reizen over land of toch maar via de lucht? De keuze is lastig maar uiteindelijk besluiten we om voor de tweede optie te gaan. Qua tussenstop kunnen we kiezen uit één van de volgende hubs: Bishkek (Kirgizië), Almaty (Kazachstan), Ürümqi (China), Novosibirsk (Siberisch Rusland), Moskou, Istanboel of Dubai. Vanwege onze vervolgbestemming blijkt Dubai het meest voor de hand liggend te zijn, én het goedkoopst.

    Keuzes maken

    We hadden Tadzjikistan dus ook over land kunnen verlaten, bijvoorbeeld via de Pamir Highway. Deze route loopt van Mazâr-e Sharîf (مزار ش ریف) in Noord-Afghanistan via een stukje Oezbekistan en een groot deel van Tadzjikistan tot aan Osh (Ош) in Kirgizië. Vooral het oostelijke deel van Tadzjikistan, het ruige Pamir plateau, moet zeer, zeer indrukwekkend zijn. In de lokale taal betekent Pamir: “dak van de wereld”. Deze bergketen sluit aan op de Hindu Kush in Afghanistan en op het Tibet-plateau van de Himalaya. De Pamir Highway is de op één na hoogstgelegen weg ter wereld (na de Karakoram Highway in Pakistan) en is aangelegd door de Sovjets om hun oorlogsmaterieel in dit onherbergzame deel van Azië te krijgen.

    We hebben lang getwijfeld om deze aantrekkelijke route te nemen en daarna via Kazachstan en Mongolië naar China te reizen. Ook hebben we aan een route door India en Nepal zitten denken. Maar deze opties hebben ook hobbels. Zo kan de Pamir Highway in mei vanwege overstromingen, lawines en modderstromen erg gevaarlijk zijn. Daarnaast krijg je waarschijnlijk te maken met hoogteziekte. Dit kan voor een echte overland traveler natuurlijk nooit reden zijn om er van af te zien, maar toch is dit wel iets om serieus te nemen. De Pamir Highway kent namelijk een berucht traject van zo’n zestien uur stuiteren en heeft bergpassen van boven de vierduizend meter. Omdat we de tocht voor nu iets te risicovol vonden, hebben we besloten om de Pamir Highway voor later te bewaren. Een uitstekende reden voor een volgend bezoek aan Centraal-Azië! Wat India betreft: grote delen van het land zijn ongenadig heet in mei, dus veel beter is het om het land in een (relatief) koelere periode te bezoeken. China is ook afgevallen, omdat een visum niet zo makkelijk te regelen valt vanuit Tadzjikistan. Uiteindelijk kiezen we er dus voor om via de ‘onderkant’ oostwaarts te reizen: Dubai, de Malediven, Sri Lanka en vervolgens Maleisië. Op naar de tropen!

    Dubai deel twee

    Erg vreemd om opeens weer in het enigszins surrealistisch aandoende Dubai te staan. Omdat we een gigantische stop-over hebben van maar liefst achttien-en-een-half uur, gaan we opnieuw de stad in. We zien onder andere het deel van het oude centrum wat we de vorige keer gemist hebben: de vismarkt, de Gold Souq (waar twintig procent van ’s werelds goud verhandelt wordt), de Spice Souq en het interessante Dubai museum. Daar ontdekken we hoe een nietszeggend vissersdorpje kon uitgroeien tot wereldstad. Vervolgens opnieuw de Dubai Mall in voor wat reisinkopen, en als afsluiting nog een wandelingetje over The Walk. ’s Avonds laat keren we hondsmoe terug naar het vliegveld voor onze nachtelijke vervolgvlucht naar de Malediven.

    Moderne slavernij

    Tijdens het wachten bij de gate krijgen we een onverwachts inkijkje achter de oppervlakkige pracht en praal van de Emiraten. Een vrouw van onze leeftijd spreekt ons aan en er ontstaat een openhartig gesprek. Ze vertelt dat ze net is aangekomen uit Manila (de Filipijnen) en onderweg is naar Saoedi-Arabië om daar als D.H. (domestic helper) in een rijk huishouden te gaan werken, zeven dagen per week. Wat haar taken precies zullen zijn weet ze nog niet. Het is haar eerste keer, zo herhaalt ze steeds. Dat merken we, want ze is behoorlijk zenuwachtig. Zesentwintig jaar, een man en drie kinderen thuis (waarvan de oudste tien jaar is) en van hen heeft ze zojuist voor twee jaar afscheid genomen. Kun je het je voorstellen? En al die opoffering (zoals ze het zelf ook noemt) voor een inkomen van vierhonderd dollar per maand. Uiteraard kom je daar in de Filipijnen een heel stuk verder meer mee dan in Nederland, maar toch. Skypen met haar kinderen wil ze niet. Te pijnlijk. We hebben ongelofelijk met haar te doen. Het contrast tussen onze levens—en tussen onze reisbestemmingen—had niet groter kunnen zijn.

  • Duizelingwekkend Dubai

    Duizelingwekkend Dubai

    № 11 | Deel 2: Midden-Oosten

    Na slechts een uurtje vliegen landen we letterlijk in een andere wereld: Dubai. Geen geblokt internet meer. Geen chaotisch verkeer. Geen verplichte hoofd-, arm- en beenbedekking voor G.. En geen constante, starende blikken. We herkennen de bekende fastfoodketens waarvan je weet hoe het smaakt. We zien de Carrefour. We horen Engels om ons heen. Lezen Engelse teksten. Zien mannen in korte broeken. En ja hoor: we kunnen weer pinnen. Wat een vrijheid. Wat een gemak. En wat een verschil met Iran. Dit. Heet. Luxe.

    Even omschakelen

    Extravagante luxe, om precies te zijn. Nadeel: de prijzen zijn er ook naar. Het verschil met het spotgoedkope Iran had niet groter kunnen zijn. De taxichauffeur bij de aankomsthal lacht ons hartelijk uit als we een voorstel doen van vijfentwintig dirham voor een kort ritje naar Dubai Festival City, het dichtstbijzijnde winkelcentrum. De prijzen beginnen bij vijfendertig, en dat alleen om de meter te laten lopen. Theoretisch gezien kunnen we ook met de bus, maar daarvoor heb je een red-, silver- of gold card nodig, verschillende soorten ov-kaartjes die alleen bij de vertrekhal te koop zijn. En die is een heel eind verderop, wat in de weinig plezierige woestijnhitte van Dubai geen leuk wandelingetje is. Maar, zo vertelt een vriendelijke man bij de bushalte ons, als je het terrein van de luchthaven afloopt en dán een taxi pakt is het de helft goedkoper. Een goede tip. Ook dat is warm met een backpack op je rug (al zijn die van ons gelukkig niet al te zwaar) maar het is minder ver lopen dan naar de vertrekhal. Uiteindelijk vinden we een Ethiopische taxichauffeur die ons voor dertig dirham naar Dubai Festival City wil brengen. Prima. Even de airco opzoeken. Daar aangekomen blijkt dat er ook een Ikea is. Wat is dat leuk om te zien zeg. Overal winkelende expats waardoor je in eerste instantie denkt dat je gewoon in de Ikea van Amsterdam of Duiven bent. Niets is minder waar. Opeens zijn daar de Filippijnse en Keniase nanny’s met de kinderwagens, braaf meelopend achter de zwart-witte Emirati’s: de man in een witte jurk en de vrouw in een zwarte boerka. Zelfs haar ogen zie je niet.

    Mohsen

    ‘s Avonds worden we opgehaald door Mohsen, onze gastheer voor drie nachten. Lang leve couchsurfing. Terwijl we ons comfortabel laten wegzakken in de diepe stoelen van zijn BMW en de skyline van Dubai aan ons voorbij glijdt, vertelt Mohsen in het kort zijn verhaal. Hij komt uit Egypte en is hierheen gekomen voor werk. Hij heeft een goede baan bij een grote kledingketen. Mohsen vindt het hier fijn wonen en heeft veel vrienden. Alleen beginnen de huurprijzen de pan uit te rijzen. Zelfs de kleine studio die hij huurt is al peperduur, en dat is in Dubai International City, wat nog verder is dan de laatste metrohalte. Het centrum met zijn beroemde skyline is alleen voor de superrijken.

    Groot, groter, grootst

    De volgende dag ontdekken we het oude, oorspronkelijke Dubai, varen we voor één dirham met een bootje over de Creek en bezoeken we de Dubai Mall, het grootste winkelcentrum ter wereld. Daarbinnen bevindt zich, naast een verbluffende hoeveelheid winkels, het grootste aquarium ter wereld en daarbuiten spettert de Dubai Fountain, de grootste fonteinshow ter wereld. En die ligt weer aan de voet van de Burj Kalifa, de hoogste tóren ter wereld. Ook brengen we een bezoek aan Level 43, een rooftopbar met misschien wel het duurste glas water ter wereld: vijf euro! Geen lang bezoek dus, maar het uitzicht over de stad is prachtig.

    Te warm

    Dubai. Tja, wat moet je ervan zeggen? Mooi om eens te zien en te ervaren maar nee, geen stad voor ons. Al is het alleen al om de temperatuur. Zevenendertig graden toen wij er waren, wat voorjaarstemperaturen zijn voor Mohsen. Lekker temperatuurtje voor een dagje strand, vertelt hij, want in de zomer wordt het hier pas echt smoorheet. Blij dat we er zijn in oktober, denken we allebei. Zevenendertig graden is met die hete, droge woestijnwind warm genoeg voor ons. Na vijf minuten lopen ben je al kleddernat van het zweet. Reden om de dag erop lekker ‘thuis’ te blijven in Mohsen’s airco-gekoelde appartement. Even heerlijk skypen met familie en via de telefoon Indiaas eten bestellen—wat precies pittig genoeg was voor Joost Jan en iets te pittig voor G.

    Na een paar dagen genieten van de luxe van Dubai stappen we opnieuw op het vliegtuig. Op weg naar een nieuwe horizon. Dag Dubai! Hallo Centraal-Azië!

  • Hartelijkheid met een hoofdletter

    Hartelijkheid met een hoofdletter

    № 10 | Deel 2: Midden-Oosten

    Geloof het niet. Het is gewoon niet waar. Alle vooroordelen en misvattingen verdwijnen als sneeuw voor de zon zodra je Iran binnenkomt. Nee, je hoeft niet levensmoe te zijn als je hiernaartoe reist. Nee, je wordt niet gekidnapt door griezelige terroristen. Nee, je wordt niet gevangen gezet omdat je kleding niet deugt en nee, je wordt ook niet uitgescholden omdat je een westerling bent. Juist het tegendeel is waar. Wildvreemde mensen bieden je thee met koekjes aan, of zelfs een hele maaltijd. Ze nodigen je uit in hun huis. Ze knopen gesprekjes met je aan op straat, of heten je spontaan welkom in hun stad. En in restaurants kan het zomaar gebeuren dat iemand anders al voor jouw eten heeft betaald. Ook is het niet uitzonderlijk dat je ‘s avonds op je hotelkamer een briefje onder de deur toegeschoven krijgt met daarop een uitnodiging. Of dat iemand je de hele dag rondleidt, alles voor je betaalt en herhaaldelijk weigert om geld in ontvangst te nemen. Nergens ter wereld hebben we hartelijkere mensen ontmoet dan in dit land. Ongelofelijk gastvrij, uitzonderlijk behulpzaam en ontzettend vriendelijk. Geen enkel moment hebben we ons ongemakkelijk gevoeld. Iran schijnt zelfs één van de veiligste landen ter wereld te zijn. En dat geloven we graag.
    Het is bijna onmogelijk om ons vierweekse bezoek aan het uitgestrekte, bergachtige Iran samen te vatten in een verhaal als dit maar vooruit, we doen een poging. We kunnen lang niet alles beschrijven maar in ieder geval kunnen we weergeven welke indruk Iran op ons achtergelaten heeft.

    Azerbeidzjan

    Ons plan is om Iran van noord naar zuid te doorkruisen, met de bus. We beginnen in het noordelijke plaatsje Bazargan aan de grens met Turkije en vanaf daar reizen we via Maku naar Tabriz. Deze noordwestelijke provincie, Azerbeidzjan, heeft een heel eigen taal en cultuur. De taal, Azerbeidzjaans, is verwant aan het Turks en aan het buurland met dezelfde naam: Azerbeidzjan. Wees voorzichtig om deze mensen Iraniërs te noemen want sommigen voelen zich echt op hun teentjes getrapt. Het is ook de regio met het meest milde klimaat van het land en het meeste groen. Al moet je jezelf bij dit groen ook weer geen sappige Hollandse weiden voorstellen want in Iran is het voornamelijk heel erg droog.

    Verkeer

    Het chaotische verkeer, erg kenmerkend voor Iran, is even wennen. Alles kan, zo lijkt het. Aan strepen op de weg of verkeerslichten houdt men zich nauwelijks. Complete gezinnen op één motorfiets waarbij zelfs het jongste kind nog geen helm draagt, auto’s zonder verlichting, motors op de stoep, vier rijen auto’s op een tweebaansweg, je ziet het allemaal. Als voetganger is het opletten geblazen want je bungelt helemaal onderaan de pikorde. Dit maakt oversteken elke keer weer een uitdaging. Af en toe is het om razend van te worden. We snappen nu wel waarom Iran helaas zo hoog scoort wat betreft het aantal verkeersdoden per jaar. Iedereen doet maar wat.

    Luchtvervuiling

    Ook de luchtvervuiling is een ding hier. Vanwege de sancties en het bijbehorende importverbod voor westerse auto’s zijn de meeste auto’s, bussen en vrachtwagens in Iran stokoud en vreselijk milieuvervuilend. Iran heeft wel wat eigen autofabrieken maar ook deze blinken niet bepaald uit in milieuvriendelijkheid. Het straatbeeld is een interessante mix van oude motorfietsen, Iraanse automerken als Paydan en Saipa, de alomtegenwoordige Peugeot Pars (een Peugeot 405 variant), geïmporteerde merken uit Azië en heel veel antieke Mack en Mercedes vrachtwagens uit de jaren vijftig of zestig. Daarnaast rijdt er ook nog wat Russisch spul rond. Voor liefhebbers van oude auto’s is Iran zeker een interessant land.

    Nieuwe vrienden

    In Tabriz, de hoofdstad van de provincie Azerbeidzjan, maken we veel vrienden. Zo brengen we een paar fantastische dagen door met Merhad, Nadir en Hadi, drie jonge schoenverkopers die we ontmoeten in de schoenenbazaar. Deze ontmoeting komt tot stand op een manier die in Iran heel gebruikelijk is. Het begint allemaal met ons bijna dagelijks terugkerende ritueel: de wifi-jacht. Terwijl we zoekend en vragend over straat lopen worden we door iemand aangesproken in de Iraanse standaardbegroeting Engels: “Hello, are you foreigner? Whereareyoufrom? Welcome to Tabriz!” We maken van de gelegenheid gebruik om te vragen of hij een plek weet waar gratis wifi is. Dat weet hij wel. We volgen hem en hij brengt ons bij schoenverkoper Nadir. Met Nadir lopen we mee naar het schoenenwinkeltje van zijn broer Rasool. Daar kunnen we op internet. Ondertussen worden we voorzien van water, toffees en bananen. Mehrad, een vriend van Nadir die goed Engels spreekt, fungeert als tolk. Al snel blijkt dat de jongens, tussen het verkopen door, de hele dag niets anders dan dom ouwehoeren en de gek met elkaar steken. Dat begrijpen we wel. Je moet toch wat als je heel de dag op een stoeltje in je winkeltje zit, nietwaar? We vinden het vreselijk gezellig. Tussendoor neemt Nadir ons mee voor een traditionele, voortreffelijke lunch. Nee, geen Iraanse lunch, een Azerbeidzjáánse lunch. We blijven bijna de hele dag in de schoenenbazaar rondhangen. Telkens moeten we weer in een ander winkeltje zitten, kennis maken met andere verkopers en elke keer krijgen we van alles toegestopt. De dag erna roken we met Mehrad, Nadir en Hadi ‘s avonds waterpijp in het El Shah Goli park en fietsen we een rondje op de racefiets van Nadir, die profwielrenner wil worden. De jongens helpen ons nog om de tent op te zetten (we slapen een nachtje in het park) en daarna nemen we uitgebreid afscheid.

    G. en het geheime vrouwenfeest

    De volgende ochtend, net nadat we de tenten hebben opgerold en we met onze backpacks op de rug door het park lopen, ontmoeten we Ali, een gepensioneerde vijftiger die een rondje aan het hardlopen is. Hij nodigt ons uit bij hem thuis en dat aanbod kunnen we onmogelijk weigeren. We maken kennis met zijn vrouw Afzane die ons onmiddellijk een ijskoude vruchtendrank en een rijkelijk gevulde fruitschaal voorzet. Natuurlijk mogen we blijven slapen en de volgende dag wordt G. spontaan uitgenodigd voor een besloten vrouwenfeest. Het is een ultieme gelegenheid om het ware Iran te kunnen zien: de hoofddoeken gaan af, het eten komt op tafel, de muziek gaat aan, er wordt gedanst, gelachen en gezongen. De vrouwen zien er zeer westers uit met hun make-up, modieuze kleding en zelfs de neuzen doen westers aan. Al komt dit laatste door de vele neuscorrecties die hier plaatsvinden. Een chirurgische ingreep die volstrekt niet zonder gevaar is. Sommigen verliezen er zelfs hun reukvermogen door. Waarom de Iraanse vrouw juist op de westerse vrouw wil lijken is ons een raadsel want onder hun hidjab zien veel Iraanse vrouwen er vaak oogverblindend uit. Feestjes zoals deze vinden meestal plaats in afgelegen villawijken die daar speciaal voor gebouwd zijn en waar eigenlijk niemand woont. Dergelijke feesten zijn namelijk net als alcohol en drugs officieel verboden. Niet dat alcohol en drugs onverkrijgbaar zijn trouwens. Je moet alleen weten hoe. Alcohol wordt óf gesmokkeld uit bijvoorbeeld Armenië óf illegaal gebrouwen en als je je bedenkt dat Iran naast de grootste opiumproducent ter wereld ligt dan snap je wel dat ook dit vrij makkelijk te verkrijgen is. Het schijnt zelfs dat menig vrachtwagenchauffeur in Iran al opium rokend achter het stuur zit…

    Grotwoningen

    Wat Turkije heeft in Cappadocië, heeft Iran in het plaatsje Kendovan: grotwoningen. Het verschil met de grotwoningen in Turkije is dat hier nog steeds mensen wonen. Het is een erg bijzondere plek om te zien. Allemaal puntige, driehoekige huisjes en een wirwar van steile paadjes die tussen de huisjes omhoog lopen waar kinderen op ezeltjes heen en weer sjokken. Wat een werk moet het geweest zijn om deze huizen te bouwen. En wat een hard leven! Zeker in de winter, want hier kan het best wel koud worden.

    Perzisch tapijt

    De kleurrijke bazaar van Tabriz is ook de moeite van een bezoekje waard. Dit is tenminste een authentieke bazaar, in tegenstelling tot die van Istanboel. We worden, ondanks verwoede pogingen tot weigeren, een Perzische tapijtwinkel binnen getrokken waar we alle soorten en maten tapijten te zien krijgen, inclusief bijbehorende prijs. Ja, het is écht heel mooi en kunstig gemaakt vinden we, en nee, het past écht niet in onze backpacks.

    Hamedan

    Na Tabriz gaat de reis naar Hamedan, het vroegere Susan in de tijd van de Bijbel. Daar bezoeken we de tombes van Ester en Mordechai, een absoluut kippenvelmoment. Nog steeds wonen hier Joden, al zijn het er lang niet meer zoveel als vroeger. Ook zijn er veel Koerden in deze stad, die dichtbij Iraans-Koerdistan ligt. Door een Koerdische familie die aan het picknicken is in een parkje krijgen we een falafelbroodje in onze handen geduwd. Weigeren heeft geen zin. We blijven ons verbazen over de gulheid van al die lieve mensen hier! Hoewel—kanttekening—soms kan er ook sprake zijn van tarof: iets aanbieden uit beleefdheid maar niet gemeend. Word iets na twee of drie keer weigeren niet opnieuw aangeboden dan kun je ervan uitgaan dat het tarof was. Maar dat hebben we, voor zover we kunnen beoordelen, slechts sporadisch meegemaakt.

    De regering en de inwoners van Iran

    Via Qazvin en de nabijgelegen ruïne van Alamut komen we terecht in de miljoenenstad Teheran. Een stad die een beetje te groot en te druk is voor ons, wat reden is om er niet al te lang te blijven. We bezoeken een paar interessante plekken waaronder de fraaie Tabi’at-brug (een architectonisch hoogstandje) en de schrijn van voormalig leider Khomeini. Een bizarre plek. Kosten noch moeiten zijn gespaard om er een buitenproportioneel ‘heiligdom’ van te maken. Het gerucht gaat dat er zelfs mensen voor worden betaald om hier de hele dag te huilen. Of dat waar is weten we niet. We krijgen er een beetje een naar gevoel van om hier te zijn. Iran is prachtig maar de standpunten van haar regering zijn dat nou niet bepaald. We zijn niet de enige die dat vinden. Ook veel Iraniërs moeten niets van hun leiders hebben. De agressieve opstelling naar het buitenland en de religieuze wetten worden door velen gehaat en verafschuwd. In de vier weken die we in Iran zijn geweest hebben we met veel Iraniërs hierover gepraat. Bijna allemaal nemen ze afstand van de regering. Sommigen zelfs heel openlijk. Iraniërs spreken altijd over ‘the government of Iran’ en ’the people of Iran’, een belangrijk onderscheid wat goed is om te maken. Het zou het land geen recht doen als je alleen spreekt over dat wat er allemaal niet mag en het beeld dat de media van Iran schetst. Dit is maar één kant van het verhaal, waarschijnlijk vooral dankzij de voormalige en ook de huidige leider. De ’twins’, zo worden ze spottend genoemd. Khamenei wordt met zijn paranoïde oorlogsretoriek soms openlijk voor gek versleten. Een enkele keer spreken we mensen die het wél met de regering eens zijn, zoals de twintigjarige Lucky. Hij werd helemaal lyrisch over de kracht en grootsheid van zijn land en vond dat alle Irakezen en Arabieren dood moesten. Ja, dat is natuurlijk ook een standpunt.

    Land van contradicties

    Al rondreizend door Iran ontdekken we dat er zoveel tegenstrijdigheid is hier. Een vreemd soort dubbelheid die je overal tegenkomt. Aan de ene kant zijn er de strikte moslims die we kennen uit de media: in het zwart gesluierde vrouwen en vrome mullah’s. En aan de andere kant de vrijgevochten Iraniërs die de regels wel lijken te volgen maar ondertussen precies weten hoever ze kunnen gaan in het omzeilen ervan. Zo is buitenlandse televisie verboden en zijn veel westerse internetsites ontoegankelijk maar heeft bijna iedereen een satelliet en VPN. Alle sociale media zijn geblokt maar één van de hoogste leiders zit op Facebook. Iran zit vol met dit soort interessante tegenstellingen. ‘Het land van contradicties’, zo typeert buitenlandcorrespondent Thomas Erdbrink treffend. In de schitterende, vierdelige serie “Onze man in Teheran” laat hij diverse kanten van het land zien, waardoor je een goed en evenwichtig beeld krijgt van Iran.

    Medereizigers

    Na Teheran voert de weg ons naar het dorre, woestijnachtige zuiden. We bezoeken de eeuwenoude, historische plaatsen Esfahan en Yazd. In Esfahan verblijven we bij de relaxte Javid, die een enorme kelder heeft, speciaal voor couchsurfers. In deze kelder ontmoeten we ook weer veel andere reizigers, waaronder Sebastián uit Frankrijk. Hij is aan een reis begonnen zonder eind, zoals hij het zelf noemt. Het kan twee jaar duren of vijf jaar of misschien ook wel veel korter. Het meest interessante vinden we dat hij heel langzaam reist. Geen haast, geen druk, we zien wel. Een heerlijke houding. Van hem, maar ook van andere reizigers in Iran horen we goede verhalen van Armenië en Georgië. De natuur moet er schitterend zijn en de wijn heerlijk. In de kelder van Javid ontmoeten we ook een meisje dat aan slacklining op hoogte doet, een werkelijk bizarre sport! Zoek maar eens op op YouTube. Het is lopen over een strakgespannen breed koord maar dan niet in een circus of gymzaal maar over een ravijn van tientallen meters diep… De categorie extreme sporten dus. Ze laat een filmpje zien waarin zijzelf op een slackline tussen twee bergen loopt en halverwege haar evenwicht verliest. Gezekerd met extra touw, dat wel, maar dan nog. Niets voor ons, zo besluiten we.

    Yazd

    Het beroemde, door velen reeds bejubelde Esfahan is prachtig, maar de wat onbekendere woestijnplaats Yazd is dat zeer zeker ook! Een echt Timboektoe-gevoel (is dat een woord?) krijg je hier, met al die huisjes van zand en klei en sprookjesachtige steegjes. Typisch ook zijn de talloze windtorens die je hier op veel daken ziet. De wind die van bovenaf door deze torens blaast zorgt voor gratis verkoeling in het gebouw. Niet zonder reden want het kan hier akelig warm worden. Zelfs in september, de maand dat wij er zijn, is het nog vijfendertig graden. Dat is nog niets bij de temperaturen in de zomer, zo verzekert Jud ons. We leren Jud kennen via couchsurfing. Hij leidt ons rond langs een paar bijzondere plaatsen en bij zonsondergang beklimmen we de ‘silent towers’ van Yazd, een overblijfsel uit het Zoörastistische tijdperk. Vroeger werden mensen hier niet begraven, maar op de top van deze heuvel neergelegd waarna hun overblijfselen werden opgevreten door de aasgieren. Vrij luguber. Pas vijftig jaar geleden is deze praktijk officieel verboden verklaard.

    Hafez

    Onze laatste week in Iran brengen we door in Shiraz, stad van rozen, poëzie en nachtegalen. Natuurlijk kunnen we Iran niet verlaten zonder een bezoek aan het mausoleum van Hafez. Hafez was één van Iraans meest befaamde dichters. Door een luidspreker worden zijn gedichten op een schitterende, zangerige toon voorgedragen. Jammer genoeg zegt het ons niet zoveel want zo goed is ons Farsi niet. Het is dan ook niet zo’n lang bezoek, cultuurbarbaren die we zijn.

    Persepolis

    In Shiraz gaan we ook naar de Nasir-al-Molk moskee, die met zijn beroemde glas-in-lood ramen (glas-in-hout om precies te zijn) een betoverende uitstraling krijgt als de zon erop schijnt. Het oude Persepolis is eveneens iets wat je niet mag overslaan. We raken onder de indruk van deze plek. In een plaatjesboek in de souvenirshop zien we hoe Persepolis er toen moet hebben uitgezien en al lopend tussen de overblijfselen beseffen we hoe bijzonder dit paleizencomplex moet zijn geweest, zeker voor die tijd! In Persepolis ervaren we opnieuw wat we in de afgelopen weken al vaker hebben ervaren: een soort verhoogd bewustzijn van de plek waar je bent. Er is zoveel geschiedenis op deze plek. Wat moet zich allemaal wel niet hebben afgespeeld tussen deze bergkammen?

    Hartelijkheid met een hoofdletter

    Na een heerlijke ontspannen week in Shiraz nemen we hartelijk afscheid van de geweldige Iraanse familie waar we zolang verbleven hebben: Mehdi, Noosha en hun grappige zoontje Artin. We zijn hen intens dankbaar voor alles wat ze voor ons hebben gedaan: de fantastische maaltijden, het heerlijke ontspannen verblijf in hun luxe appartement en allerlei andere dingen. Zo trakteerden ze ons een paar keer op een etentje in een restaurant, bezochten we een overdekte speelhal en was Mehdi bijna de hele week onze chauffeur. Voor Iraniërs geldt: hartelijkheid schrijf je met een hoofdletter. Een hele grote.

    Afscheid

    Met dit afscheid nemen we ook afscheid van het land. Wat een geweldige weken waren dit. Juist door veel te verblijven bij de inwoners zelf hebben we zoveel interessante dingen gezien en geleerd. Zaken die we nooit hadden kunnen ervaren als we alleen maar in hotels hadden overnacht. We hebben Iran leren kennen als een land met een ongelofelijk gastvrije bevolking die altijd en overal voor je klaar staat. Een veilig land (onthoud dit!) wat heel erg open staat voor toerisme en waar duizelingwekkend veel te zien en te beleven valt. Iran is elk bezoek meer dan waard!

    Besef van vrijheid

    Helaas, en ook dit is waar, is Iran nog steeds een land waar de bevolking lijdt onder de strenge wetgeving en de censuur. Het is vaak moeilijk voor mensen om hun dromen na te jagen en te doen wat hun hart verlangt. We hebben hier een paar voorbeelden van gehoord. En dán besef je wat vrijheid is! Zoveel dingen zijn hier verboden en zoveel kansen worden de mensen ontnomen. Met name voor de minderheden, en dat zijn er nogal wat, is het heel zwaar in Iran. We hebben een enorm respect gekregen voor de veerkracht en de positiviteit van haar inwoners. We hopen dat Iran snel (weer) het land wordt dat veel inwoners willen dat het wordt: vrij en open en met een uitgestoken hand naar de wereld.

  • Aan de voet van de Ararat

    Aan de voet van de Ararat

    № 9 | Deel 2: Midden-Oosten

    We kijken. Nee, we turen. Stoten elkaar aan. Is dat…? Zou dat…? Onze harten beginnen sneller te kloppen. Beelden van een boot vol beesten verschijnen op ons netvlies. We zien de kinderbijbelprenten met regenboog, olifanten en giraffen weer voor ons. We kunnen de hamerslagen van Noach bijna horen. We verbeelden ons dat we de besneeuwde bergtop van de reusachtige, vijfduizend meter hoge Ararat recht voor ons zien opdoemen…

    Sterrenhemel

    We knipperen met onze ogen. We verbeelden ons helemaal niets! Het is ‘m echt! Hoe dichter we de grensplaats Doğubayazıt naderen, hoe groter de Ararat wordt. Vanuit het niets eigenlijk, want eromheen is het volkomen vlak. Ekrem, de Tadzjiekse vrachtwagenchauffeur met wie we nu al voor de tweede opéénvolgende dag onderweg zijn, merkt onze opwinding op. “Ah! Ağrı Dağı!” Hij knikt bevestigend en glimlacht. We kunnen weinig met elkaar praten vanwege de taalbarrière. We spreken nu eenmaal geen Koerdisch, Turks en Tadzjieks, talen die hij wel beheerst, en hij geen Engels. Maar met de enkele woordjes die we wel met elkaar gemeen hebben en een hoop non-verbale creativiteit kom je een heel eind! ‘s Avonds klappen we onze tent uit op ongeveer dezelfde plek waar ooit ook Noach zijn tent moet hebben opgezet: aan de voet van de Ararat. Het verschil is alleen dat wij op het dak van een chauffeursrestaurant slapen, wat er toen hoogstwaarschijnlijk nog niet was. En dat we geen wijngaard konden vinden. De sterrenhemel is echter nog even indrukwekkend als hij toen geweest moet zijn. Wat ongelofelijk mooi! Liggend op onze rug kunnen we hele melkwegstelsels ontwaren. Het is één van de meest bijzondere overnachtingen van onze reis tot nu toe.

    Usam

    Drie dagen eerder zijn we vertrokken vanuit Istanboel. Eerst met de metrobus en de metro naar de outskirts van de Aziatische kant van de stad, en daarna nog een stukje lopen naar de oprit van de hoofdweg richting het oosten. Het duurde even voordat we een lift te pakken hadden, wat we min of meer ook wel hadden verwacht. Uit een stad wegkomen kan best even lastig zijn. Maar gelukkig, de lift die we plotseling kregen was ook gelijk een hele goeie! We maakten ons voor niets zorgen over de niet al te gunstige plek waar we stonden (weinig stopruimte) want de vrachtwagen stopte gewoon midden op de weg. Maar liefst driehonderd kilometer konden we meeliften in de goede richting. De chauffeur, Usam, was—in konvooi met twee collega’s—met een lading diepvrieskip onderweg naar Irak. Ergens onderweg bij een chauffeursrestaurant trakteerden ze ons op een uitgebreide en voortreffelijke lunch en—raadt eens—verscheidene kopjes çay. Bij de afsplitsing naar Ankara besluiten we uit te stappen want we willen graag de meest noordelijke route, de D100, volgen. Ook deze weg zal ons uiteindelijk in Turks-Koerdistan doen belanden, maar niet in het momenteel erg onrustige zuidoostelijke deel ervan.

    Suleiman

    De zon is al bijna onder als we midden op de splitsing van twee hoofdwegen aan het besluiten zijn wat ons te doen staat. Proberen een lift naar Gerede te krijgen, de meest nabije plaats? Of doorliften? Tijd om een besluit te maken hebben we niet. De eerste twee vrachtwagens die langsrijden stoppen allebei. We lopen naar de dichtstbijzijnde, een tankwagen. Geladen, zo te zien, want de oranje gevarenbordjes staan uit. De chauffeur blijkt in de goede richting te gaan en maant ons met een hoffelijk gebaar om in te stappen. Tot één uur ‘s nachts rijden we door, dieper en dieper Turkije in, met een vriendelijke volle maan die ons vergezelt. Als onze held, Suleiman, zijn wagen een parkeerterrein oprijdt en met een sissend geluid op de handrem zet, zegt hij dat we gerust in de cabine kunnen overnachten. Hij staat zijn bed af aan ons om zelf in het bovenste bed te kruipen. Protesteren is er niet bij! We zijn overrompeld door deze gastvrijheid. Misschien wat krap maar beter direct een lekker warm matras dan eerst nog een plek voor de tent te moeten zoeken en het hele spul te installeren. We zijn Suleiman enorm dankbaar en al snel liggen we alle drie te ronken.

    Ekrem

    De volgende dag krijgen we een heerlijk ontbijt met omelet en opnieuw wordt ons verboden onze portemonnee te trekken. We kunnen nog een uurtje meerijden tot Amasya, waar zijn losadres zich bevindt. Amasya blijkt een mooie plaats te zijn met een prachtig gebergte op de achtergrond. We nemen afscheid van Suleiman, steken een kruispunt over en zoeken weer een geschikt liftplekje. Lang staan we er niet. Na een klein kwartiertje liften seint er een truck met zijn lichten: ik ga stoppen voor jullie. Naarmate de truck dichterbij komt valt ons op dat we het vlaggetje en de landcode links op de kentekenplaat nog nooit eerder gezien hebben. We zien: TJ. En dan weten we het ineens: Tadzjikistan. De chauffeur, Ekrem, die inderdaad uit Tadzjikistan blijkt te komen, gaat in de richting van Erzurum en dat willen wij ook. Voor de derde keer achter elkaar treffen we een enorm gastvrije chauffeur. Ekrem is van Koerdische afkomst en werkt voor een bedrijf uit Mardin, een stad in Turkije dicht bij de Syrische grens. Hij rijdt gigantische afstanden en is wekenlang achter elkaar onderweg. Hij is vanuit de Oekraïne via Turkije, Iran, Turkmenistan en Oezbekistan onderweg naar Tadzjikistan en gaat daarna via Kazachstan en Rusland de kant van Georgië op. Een ‘rondje’ om de Kaspische zee dus.

    Gastvrijheid

    Na een lang stuk rijden stoppen we even bij een groentekraampje, waar Ekrem allerlei verse groenten inslaat. Waarschijnlijk kookt hij onderweg veel zelf. Hij eist dat we twee soorten fruit uitkiezen voor in de cabine. En weer is betalen er niet bij. Zo gaat het de hele dag door, en ook de dagen erna. In deze regio nemen ze het gastheer zijn heel serieus. Iets waar we nog heel veel van kunnen leren! Wat een fantastische cultuur. We snappen nu nog beter waarom Turkije zo’n populair vakantieland is.

    In de buurt van Erzurum, in Oost-Anatolië inmiddels, zit de rijtijd van Ekrem erop en bereiken we een grote truckstop waar we gaan overnachten.

    Garage

    De volgende ochtend blijkt dat er een technisch probleem is: de radiator lekt. Of we het een probleem vinden dat we eerst naar de garage gaan? In het geheel niet, antwoorden we. Het kan makkelijk de hele ochtend duren hoor, waarschuwt hij ons nog. Dat vinden we niet erg. We hebben immers geen haast? Zo zie je maar, reizen is nooit te voorspellen. Bij de garage aangekomen gaat de radiator er in zijn geheel uit en wordt het ding met een servicebusje ter reparatie ergens anders heen gebracht. We maken er maar het beste van en wandelen wat rond op het rommelige industrieterrein. Om ons heen zien we hoge bergkammen aan de horizon en uitgestrekte vlaktes. De lucht is wijds, blauwer dan blauw en lijkt eindeloos. Een totaal ander landschap dan Istanboel. Hier, in het verre oosten van Turkije is het vooral heel erg stil. Anatolië is de grootste provincie van het land en tegelijkertijd ook de provincie met de minste inwoners. Dat merk je. Een heerlijke rust heerst er hier.

    Koerdistan

    Om één uur ‘s middags zijn de problemen eindelijk verholpen en kan de cabine weer terug op z’n plek gedraaid worden. We nemen afscheid van het aardige garagepersoneel en rijden Erzurum voorbij. Niet veel later zijn we in Turks Koerdistan. De bergen worden steeds indrukwekkender en de dorpjes duidelijk armer. We zien veel schaapskuddes, ontzettend veel stalletjes langs de weg en zelfs kinderen op wilde paarden. Het doet denken aan de spannende cowboyverhalen uit de boeken van Arendsoog met al die paarden, smalle, diepe kloven en canyonachtige valleien. De vrachtwagens vinden het hier minder leuk. Af en toe kruipen we letterlijk omhoog, met een slakkengangetje van twintig á dertig kilometer per uur, om daarna met volle snelheid de berg weer af te denderen. Meestal gaat dat in een rechte lijn, maar soms ook zigzaggend om de vele kuilen en gaten te ontwijken. Als chauffeur moet je hier ontzettend goed op je hoede zijn. Het verraderlijke wegdek, overstekende koeien (een paar keer), een kudde geiten (ook een keer), paard en wagen, mensen die op de weg lopen… Een prachtige belevenis is het in ieder geval! Dat het hier in het oosten onrustig is, merken we ook. Op de tv in de eettentjes waar we af en toe stoppen is het onafgebroken in het nieuws en op de weg komen we regelmatig jeeps met militairen tegen. Eén keer zelfs een tank. Ekrem maakt er grapjes over, in de trant van: als je hier vijf kilometer naar rechts gaat kom je midden in de gevechten terecht. PKK. Trrr… Boem! Bij het zien van onze serieuze gezichten moet hij ontzettend lachen, om ons daarna op het hart te drukken dat we in het veilige deel van Koerdistan zijn en niets hoeven te vrezen. Gelukkig maar.

    Doğubeyazıt

    En dan, na uren kilometervreten, verschijnen de eerste borden die de Iraanse grens aangeven. Ook aan de trucks die we tegenkomen is het te zien: veel Iraanse kentekens. Iran zelf gaan we vandaag niet meer halen, maar de berg Ararat wel. We stoppen bij een chauffeursrestaurant aan de rand van de grensplaats Doğubeyazıt, met vrij uitzicht op deze reusachtige berg. Van de patron, een alleraardigst baasje die persé met ons op de foto wil, mogen we op het dak slapen. Maar niet voordat we zo’n vijf glaasjes çay aangeboden hebben gekregen en heerlijk hebben gedoucht. We zetten de wekker op vier uur want Ekrem wil op tijd weer verder. Nog één nachtje slapen en slechts een kilometertje of dertig en dan zijn we er: Iran! Welke avonturen zal dit mysterieuze land ons gaan brengen? Onder één van de mooiste sterrenhemels ooit vallen we in slaap en we dromen van duizenden dieren in allerlei soorten en maten die een groot, houten schip uitwandelen.

  • Overpeinzingen aan de Bosporus

    Overpeinzingen aan de Bosporus

    № 8 | Deel 1: Europa

    “Wordt je wakker G.? Volgens mij zijn we er.” Met een diepe geeuw rekken we ons uit en kijken met slaperige ogen uit het busraampje. We zien moskeeën, wolkenkrabbers en fly-overs. De felle ochtendzon laat het wegdek en de minaretten glinsteren. Dan verlaat de bus de snelweg en draaien we het enorme, werkelijk enorme terrein van Otogar Bayrampaşa op, één van de grootste busstations ter wereld. We zijn in Istanboel. Het is zes uur in de ochtend. Na een Turkse thee en een Turkse koffie pakken we de metro in de richting van het vliegveld en stappen na een halfuur over op de bus richting Beylikdüzü. Een uur later bereiken we de bushalte waar we eruit moeten. We vragen de ober van het restaurant tegenover de bushalte of we onze couchsurfhost, Şahin, mogen bellen. Zijn appartement is vlakbij maar we weten niet precies waar. Onmiddellijk worden we op het terras uitgenodigd. De ober belt voor ons terwijl de directeur van het restaurant regelt dat we thee krijgen. Welkom in Turkije!

    Şahin

    Beylikdüzü blijkt een welvarende wijk van Istanboel te zijn, eigenlijk een stad op zichzelf. Hoge flats, brede boulevards, veel winkelcentra en veel groen. Veel appartementen hebben een zwembad, zo ook het appartement van Şahin. Nadat hij ons opgehaald heeft doen we inkopen bij de supermarkt en daarna wordt het tijd om wat bij te slapen. In de middag worden we weer wakker en maken we kennis met Lalla en Sasha, een avontuurlijk stelletje uit Wit-Rusland dat ook via couchsurfing onderdak heeft gevonden bij Şahin. We spelen met de kat, een gestoord beest dat af en toe als een raket alle kanten op vliegt en daarna gaan we aan tafel om te genieten van een heerlijk ruikende vegetarische maaltijd.

    Louis, Mahmood en Isam

    Twee van de drie flatmates van Şahin, Louis (uit de Dominicaanse Republiek) en Mahmood (uit Syrië) zijn ook aangeschoven. Louis werkt eigenlijk als software-ontwikkelaar in Moskou, maar moest vanwege het vernieuwen van zijn visum even een paar maanden het land uit. Aan tafel vertelt hij over zijn jeugd, die niet altijd makkelijk was. Een harde cultuur en veel sociale problemen, zo leren we. Dat lees je niet in de reisgidsjes over dit Caribische paradijs. Louis is overigens een erg komisch persoon. Alleen al zijn enorme afrokapsel met de onafscheidelijke blauwe kam in het haar doet ons glimlachen. Mahmood is makelaar maar de uitzichtloze oorlogssituatie in Aleppo, waar hij vandaan komt, heeft hem doen besluiten om het land te verlaten. Een bijzonder moeilijke keuze, want in Turkije is hij moederziel alleen, zonder familie en zonder vrienden uit zijn eigen land. Het racisme waar hij elke dag mee te maken krijgt maakt het er niet beter op. Hij is al negen(!) keer van werkgever gewisseld omdat hij steeds, ondanks zijn uitstekende makelaarskwaliteiten en goede kennis van de Turkse taal, slaafs en respectloos behandeld werd, puur en alleen omdat hij geen Turk is. Toch klaagt hij niet en weigert hij in de slachtofferrol te kruipen. Hoe meer we met hem praten, hoe groter ons respect wordt voor deze slimme en dappere jongen die zoveel achter heeft moeten laten. Later in de week ontmoeten we ook de derde flatmate, Isam uit Tunesië, die leraar Engels is. Isam is een gezellig en bevlogen figuur met veel vernieuwende ideeën, vooral over het onderwijs, social media en de politiek. Erg inspirerend om met hem van gedachten te wisselen. Het is zo een interessante mix van culturen bij Şahin in huis. Dit zorgt voor levendige gesprekken en heel veel lol. We roken waterpijp op het balkon, trekken baantjes in het zwembad, struinen tijdens zonsondergang over de boulevard van Büyükçekmece, slapen uit, plagen de psychedelische tijgerkat van onze host en bezoeken het oude centrum met zijn prachtige moskeeën, de toeristische Grand Bazaar, de Galatabrug, de Galatatoren, de Istiklal Cadessi en ook het roemruchte Taksimplein.

    Opkomen voor je volk

    Şahin vertelt over de uit de hand gelopen protesten twee jaar geleden op het Taksimplein en het naastgelegen Gezipark, waar hij zelf ook als demonstrant aanwezig was. Al rondlopend op het plein vertelt hij dat het hem nog steeds veel doet om hier weer te zijn. We voelen zijn onderhuidse woede en realiseren ons tegelijkertijd dat we niet kunnen begrijpen hoe het is om hier te wonen, in een land dat wel democratisch lijkt maar het niet is. Verderop in de week leren we Şahin nog beter kennen. Hij is Koerd en vertrouwt ons toe dat hij moeite heeft om in het betrekkelijk veilige Istanboel te wonen, ver weg van de onrusten in het oosten. Hij voelt zich schuldig en wil meehelpen en meevechten. Opkomen voor zijn volk. Isam, zelf ook afkomstig uit een land vol etnische problemen, steekt hem een hart onder de riem. “Joh”, zegt hij, “alleen al het feit dát je erover nadenkt en je zorgen maakt over andere Koerden zegt al zoveel. Er zijn genoeg mensen die zich helemaal niets aantrekken wat er met hun landgenoten gebeurt en alleen maar aan zichzelf denken. Jij bent tenminste betrokken.”

    Kadıköy

    De Aziatische kant van Istanboel is ook leuk. De overtocht met de veerboot is een aanrader want al varend krijg je een prachtig beeld van deze uitgestrekte wereldstad. En de wind door je haren (nou ja, G.’s haren dan) is een welkome afwisseling met een temperatuur van drieëndertig graden. We bezoeken de fotogenieke en niet-toeristische vis- en groentebazaar van Kadıköy en gaan lekker brutaal naar het toilet in het sjieke Doubletree by Hilton hotel. Op de veerboot terug naar Eminönü (de Europese kant) komen we drie zwerfjongetjes tegen. Ze zijn net voor vertrek aan boord gesneakt maar bij aankomst worden ze door het bootpersoneel en een ongelofelijk boze passagier opgemerkt. Waarschijnlijk heeft hij iets tegen ze gezegd over niet-betalen en gaven ze een grote bek terug. Eén van de drie weet snel op de kade te springen en verdwijnt als een haas. De andere twee worden niet al te zachtzinnig aan hun bovenarmen meegesleurd maar waarschijnlijk slechts voor de vorm want even later, bij een drukke weg komen we het smoezelige, enigszins aandoenlijke drietal weer tegen. Zonder te kijken en met ware doodsverachting steken ze de straat over. Auto’s remmen en toeteren. Als antwoord maken ze vulgaire gebaren. “Alsof hun leven niets waard is hè?”, zegt G.. Ik knik, en moet ineens terugdenken aan de straatkinderen die ik een aantal jaar terug in Brazilië ontmoette. Nu ik dit schrijf gaan mijn gedachten ook naar die andere groep: de vluchtelingen, waarvan we enkelen op onze reis al tegenkwamen en die nu volop in het nieuws te zien zijn. Het is realiteit. Vluchtelingen, bedelaars, zwervers, straatkinderen… Allemaal mensen waarmee we tijdens onze reis mee in aanraking komen. Mensen die uit alle macht proberen te overleven en wanhopig op zoek zijn naar dát waar wij in Nederland nauwelijks nog over na hoeven te denken. Rust, voedsel, onderdak en veiligheid. Het maakt ons stil en beschaamd.

    Liftend richting Iran

    De week in Istanboel vliegt voorbij. Het Iraanse visum staat inmiddels in ons paspoort (een heerlijk gevoel!) en het is tijd om onze reis te vervolgen. Aangemoedigd door de positieve liftverhalen van Şahin, Lalla en Sasha besluiten we om liftend verder te trekken. We zijn benieuwd! Het is moeilijk, afscheid nemen. Maar dat is reizen nietwaar? We zullen de onbaatzuchtige gastvrijheid en de gulle vriendelijkheid van Şahin in iedere geval nooit vergeten. Het ga je goed!