Europa

  • Rilski Manastir en Plovdiv

    Rilski Manastir en Plovdiv

    № 7 | Deel 1: Europa

    Na Blagoevrad reizen we verder naar het dichtbijgelegen Рилски Манастир. Of, in het latijnse alfabet: het Rilski Manastir (het Rilaklooster). Want zo is dat dus, reizen naar het oosten. Langzamerhand verandert alles—zo ook het schrift. Viel er in Tsjechië nog wat van de taal te maken, in Hongarije werd dit al minder. In Macedonië en Bulgarije is het helemaal puzzelen geblazen met dat Cyrillisch schrift. Overigens is dit schrift ontstaan in Bulgarije en niet in Rusland, zoals we altijd dachten. Eén van de vele nieuwe dingen die we in de afgelopen tijd geleerd hebben.

    Het Rilaklooster

    Het Rilaklooster is een heilige plek voor Bulgaren en wordt ook wel het Bulgaarse Jeruzalem genoemd. De oprichter is kluizenaar Johannes van Rila, die onder andere twaalf jaar in een grot heeft geleefd. Zijn volgelingen hebben in hetzelfde gebied, het Rilagebergte, dit klooster opgericht. We vonden het een lust voor het oog en een bijzondere belevenis. Vooral ’s avonds, toen de dagjesmensen verdwenen waren en met het vallen van het duister ook de stilte indaalde. Wist je trouwens dat de monniken in dit klooster prachtig kunnen zingen?

    Plovdiv

    Vervolgens ging de reis naar het sfeervolle en stokoude Plovdiv. Vroeger werd Plovdiv Philippopel genoemd, naar de vader van Alexander de Grote. Deze informatie hebben we niet van onszelf maar van Chris van Free Plovdiv Tours waarmee we een paar uur door de stad gewandeld hebben. Zeer leerzaam! Plovdiv blijkt niet alleen in de geschiedenis, maar ook nu nog van grote betekenis te zijn. De stad staat zelfs genomineerd voor de culturele hoofdstad van 2019. Wel, Plovdiv verdient het.

    Authentiek en vol wilde natuur

    We hebben erg genoten van Bulgarije. Het is een land met een prachtige, wilde natuur. Bossen in de mooiste groenschakeringen, ontelbare bruisende riviertjes en veel bergen. De oude Lada is hier nog steeds een veel gebruikt vervoersmiddel en paard en wagen ook. Toch is op veel plekken goed te zien dat Bulgarije met zijn tijd meegaat. Het is een mooie mix van authentiek platteland, wonderlijk natuurschoon en moderne steden die eigenlijk weinig meer onderdoen voor de steden in West-Europa.

    Op naar Istanboel

    Vannacht vertrekken we met de bus naar Istanboel. Alleen de naam al! We kijken enorm uit naar deze bruisende miljoenenstad die meer inwoners heeft dan heel Nederland bij elkaar. We hebben een couchsurfadres gevonden en daar zijn we heel blij mee. Het was niet zo makkelijk om iemand te vinden die nog beschikbaar was, maar dankzij Şahin is het toch gelukt. Weliswaar woont hij helemaal in het stadsdeel Belikdüzü, wat maar liefst veertig kilometer van Taksim en de Bosporus vandaan ligt, maar ach, wat geeft het. Istanboel is Istanboel!

  • Groetjes uit Kumanovo

    Groetjes uit Kumanovo

    № 6 | Deel 1: Europa

    Prizren, Kosovo. Na nog geen tien minuten liften stopt er een felrode Audi S1 voor onze neus, en wel op zo’n manier dat er geen auto meer langs kan. Het zijn Arianit en Haris, die twee geweldig gastvrije jongens blijken te zijn. Ze nemen ons helemaal mee tot aan de grens met Macedonië, wat zeker twee keer zo ver is dan ze oorspronkelijk van plan waren te rijden! Speciaal voor ons maken ze er ook nog eens een hele toer van. Onderweg stoppen we op een populaire picknickplaats in de bergen en in de auto voeren we diepgaande gesprekken over de Balkanoorlog, studie, reizen en couchsurfen. Veel te snel bereiken we de grens.

    Zamet

    Aan de Macedonische kant worden we opgepikt door Zamet, een zakenman die samen met zijn broer twee winkels runt in Skopje. Zijn eerste vraag is waar we vandaan komen, want hij neemt in géén geval Syriërs mee. Daar kun je voor in de gevangenis komen, zo vertelt hij later. Een paar dagen later horen we op het nieuws dat de aanhoudende stroom vluchtelingen ook in Macedonië een enorm probleem aan het worden is. Vandaar die bizarre maatregelen dus.

    Skopje

    Zamet zet ons keurig middenin het oude deel van Skopje af. Ronddolend door de smalle straatjes krijgen we een beetje een idee hoe het hier vroeger geweest moet zijn. Wat een geschiedenis heeft dit deel van Europa toch, realiseren we ons opnieuw.

    Na het regelen van twee bedden in een leuk hosteltje in het oude centrum wandelen we naar het nieuwe deel van de stad aan de andere kant van het water. Deze kant van Skopje is totaal anders. Wel aardig, maar ook een beetje pompeus. Werkelijk overal stikt het van de standbeelden en fonteinen, sommigen zelfs met lichtshows. Voor gezinnen met kinderen ontzettend leuk natuurlijk. We zullen Joost Jan en G. niet zijn als we, het voorbeeld van de kinderen volgend, ook even door zo’n fontein moeten lopen. Eén van ons wordt hierdoor zeiknat. We zeggen niet wie.

    Werkloosheid, frustratie en haat

    De volgende morgen beginnen we vol goede moed aan een nieuwe liftdag en al vrij snel worden we meegenomen door drie aardige jongens die allemaal civiele techniek blijken te studeren. De studenten vinden het erg leuk om mensen uit Nederland te ontmoeten. Ze vragen ons het hemd van het lijf. Als ze vragen hoe het met onze economie is gesteld, willen we bijna automatisch ‘slecht’ zeggen, maar gelukkig kunnen we ons nog net inhouden. Natuurlijk, er is momenteel veel werkloosheid in ons land maar vergeleken met Macedonië is slecht toch echt het verkeerde woord. Het schrikbarende werkloosheidscijfer in Macedonië ligt op 26,9 (!) procent… De jongens zijn begrijpelijkerwijs erg somber over de economie en de toekomst van hun land en verwachten niet dat toetreding tot de EU er ooit nog inzit.

    Dan komt het gesprek op de recente ongeregeldheden in Kumanovo, wat precies de plaats is waar we nu heenrijden. In plaats van somberheid horen we nu vooral frustratie. Of is het haat? “We call them goats”, zegt de jongen achter het stuur, doelend op de Albanezen. “Don’t go to Kosovo! It’s very dangerous there!”, zegt één van de anderen. “Actually, that’s where we just came from”, is ons nuchtere antwoord.

    Kjoestendil

    In Kumanovo houdt ons liftgeluk* op. Dientengevolge belanden we in de bus naar Kjoestendil, een klein, vergeten provinciestadje in een uithoek van Bulgarije. Een soort Emmeloord, zou je kunnen zeggen. Omdat er geen bus meer verder blijkt te gaan, besluiten we om het centrum van Kjoestendil in te ‘duiken’, op zoek naar een slaapplaats. Het centrum bestaat uit een groot plein waar kinderen op mountainbikes met gekleurde ledverlichting onder hun frame steeds dezelfde rondjes fietsen. Verder is er een park, een speeltuin, een openluchtkapel, een handvol cafeetjes en dat was het wel zo’n beetje.

    Het aftandse hotel waar we na een korte zoektocht (en met onverwachte lokale hulp) naar binnen lopen stamt zo te zien nog uit het socialistische tijdperk. Jaren zestig interieur, haperende elektriciteit en een bejaard mannetje achter de receptie dat geen één letter Engels spreekt. Nadat de beste man na vijf lange minuten eindelijk doorkrijgt dat we geen Bulgaars spreken maar wél graag een kamer willen boeken proberen we non-verbaal in te checken, wat moeilijker blijkt dan gedacht. Gelukkig is de oplossing nabij. Het mannetje diept een ouderwets model mobiele telefoon op uit zijn jasje en draait een nummer. We krijgen een vrouwtje aan de lijn dat warempel wel Engels spreekt en zodoende lukt het ons om uiteindelijk een kamer te bemachtigen. De hotelkamer stinkt naar sigarettenrook en is bijzonder gehorig maar gelukkig is er wel wifi. Tenminste, volgens het vrouwtje. Volgens onze iPad niet.

    Na Kjoestendil zetten we koers naar Blagoëvgrad en het nabijgelegen Rilaklooster. En zo trekken we dieper Bulgarije in. Maar dat is een ander verhaal.

    *: Een prachtige term, voor zover ik weet oorspronlijk gemunt door Marjan Knippenberg.

  • Bivakkeren op de Balkan

    Bivakkeren op de Balkan

    № 5 | Deel 1: Europa

    “Taxi? No, no! This no taxi, haha!” Met een uitnodigend gebaar houdt het Albanese knulletje de achterklep van de terreinwagen voor ons open. We stappen in, gerustgesteld. Een serieuze backpacker dient taxi’s natuurlijk ten alle tijde te vermijden. Vanuit de auto kijkt de rest van het gezin—vader, moeder en puberdochter—ons vriendelijk glimlachend aan. Een gesprek voeren lukt niet echt, maar ze willen ons graag afzetten in Bajram Curri, een klein bergdorpje dat vernoemd is naar een Kosovaarse rebel die zich hier in de oorlog verstopt heeft. Liften in Albanië blijkt goed te werken, zelfs op een afgelegen plek als deze: de vallei van Valbona.

    Rilindja

    De afgelopen dagen waren heerlijk. We hebben midden tussen de steile bergen gekampeerd langs een ijskoud beekje op het terrein van Rilindja. Via de website Journey to Valbona zijn we hier terechtgekomen. Naast een kampeerterrein waar je voor twee euro per persoon je tent mag opzetten, bezit Rilindja een restaurant (wat voortreffelijke lokale gerechten serveert!), een forellenvijver, een guesthouse en een toeristenbureau dat informatie verschaft over trekking in de bergen. Een echt ruig gebied is het hier. Er leven zelfs beren, wolven en gevaarlijke slangen. Maar wees maar niet bang, geen van deze dieren hebben we gezien. Wel zagen we hagedissen en loslopende koeien met belletjes, wat hier blijkbaar normaal is. Ook geiten, paarden en varkens kwamen we met enige regelmaat langs en op de weg tegen. Soms met herder, soms niet.

    Cruise

    Om vanuit Shkodër in Valbona te geraken is er eigenlijk maar één echte optie: de veerboot over het Komanimeer. Omdat het landschap zo ruig is, zijn er namelijk niet veel wegen in dit gebied. En de wegen die er zijn, zijn vreselijk hobbelig en niet zelden gevaarlijk. Zo ook het weggetje naar de veerboot: vangrails vaker niet dan wel, wat natuurlijk helemáál niet betekent dat er niet ingehaald kan worden. Welkom in Albanië!

    De cruise met de veerboot was in één woord prachtig. We zijn nog nooit in Noorwegen geweest, maar we denken dat varen door de Noorse fjorden vast en zeker te vergelijken moet zijn met deze boottocht. De foto’s spreken voor zich!

    Het krakkemikkige busje richting de veerboot had plek voor vijftien passagiers maar er gingen er negentien mee. In Albanië gaat het allemaal een beetje anders dan in Nederland. Zo krijgen auto’s die in Nederland allang zijn afgeschreven hier nog gerust een tweede, derde, vierde of zelfs vijfde leven. Neem de Opel Kadett bijvoorbeeld. In Nederland al lang en breed een museumstuk, hier rijdt ‘ie nog gewoon vrolijk rond. Ook de onverwoestbare Mercedes-Benz zien we veel. Voor liefhebbers van getunede auto’s is Albanië trouwens helemaal het walhalla. Wat een bakken rijden hier rond zeg. Gloednieuwe topmodellen soms, met of zonder kentekenplaat. “Probably stolen”, aldus Jason van Florian’s Backpackers.

    Prizren

    Over hostels gesproken: we liggen nu in een hangmat op het dakterras van City Hostel Prizren in Kosovo. Let op, want wat we je nu gaan vertellen is heel bijzonder. In dit hostel is ’s avonds alle drank gratis. Dat hebben we nog niet eerder meegemaakt!

    Prizren is een ontzettend gezellig stadje. Sierlijke bruggetjes, knusse pleintjes en een monumentale ruïne met verrassend mooi uitzicht over de stad. Een stad die zich overigens kenmerkt door een overvloed aan minaretten. We hebben er zeker vierentwintig geteld. Gek genoeg komt dit nauwelijks terug in de kleding van de mensen op straat. Je ziet wel wat moslimhoedjes en hoofddoeken maar niet veel. De muziek die uit de autoradio’s schalt is in ieder geval Oosters. Irritant eentonig soms.

    ’s Avonds op het dakterras drinken we een paar (gratis) biertjes met Khalid uit Saoedi-Arabië. We wisselen reisverhalen uit en zo komen we erachter dat toegang tot Saoedi-Arabië voor westerlingen gewoon mogelijk is. Wij dachten altijd van niet. Alleen Mekka blijkt verboden. Andersom is reizen voor Khalid niet zo makkelijk. Voor heel veel landen heeft hij een visum nodig, waaronder het moeilijk te verkrijgen Schengenvisum voor West-Europa. Macedonië en Kosovo zijn één van de weinige Europese landen waar hij wel eenvoudig heen kan. De foto’s van onze blonde familieleden vond hij trouwens erg mooi!

    Reisdagboek als uitkomst

    Wat is er toch veel te vertellen als je aan het reizen bent. We ontmoeten de meest kleurrijke mensen. Meestal zijn dit andere reizigers (waaronder opvallend veel langeafstandfietsers) maar ook te midden van de lokale bevolking ontstaan dikwijls leuke contacten. Zo kregen we bijvoorbeeld gisteren, onderweg naar Kosovo, twee gratis blikjes Icetea van een jonge gozer die voor ons in het busje zat. Hij vond die twee buitenlanders wel interessant waarschijnlijk. Een voorbeeldje dat goed weergeeft hoe de mensen hier op ons overkomen: enorm hartelijk!

    Ja, we beleven veel. Teveel om op te noemen eigenlijk. Daarom zijn we erg blij met de reisdagboekjes die we cadeau gekregen hebben. Ze zijn eenvoudigweg onmisbaar. Elke dag krabbelen we er gebeurtenissen en steekwoorden in op, waarvan een kleine selectie in verhaalvorm op dit blog terechtkomt. Geloof ons, het is ondoenlijk om alles op te schrijven wat we zien en meemaken. Dan zou er van het reizen zelf weinig meer terechtkomen.

  • Jadranska magistrala

    Jadranska magistrala

    № 4 | Deel 1: Europa

    Na ons bezoek aan Boedapest namen we de trein naar Zagreb en vanuit daar direct de nachtbus naar Dubrovnik, gelegen in het zuidelijkste puntje van Kroatië.

    Op het station van Boedapest werden we geconfronteerd met de gevolgen van de oorlog in het Midden-Oosten: grote groepen Syrische vluchtelingen. We hadden een gesprek met enkelen van hen en voelden plaatsvervangende schaamte. Zo onrechtvaardig hoe er met deze mensen wordt omgegaan. En zo’n contrast. Wij kunnen gaan en staan waar we willen. Zij absoluut niet.

    Bosnië

    We hadden verwacht dat de nachtbus van Zagreb naar Dubrovnik gewoon door Kroatië zou rijden, maar in plaats daarvan bleek hij dwars door Bosnië te gaan. Al rijdend door kleine, authentieke dorpjes met nog volop leven op straat en overal de typische Balkan kerktorentjes én minaretten kregen we een interessante eerste indruk van dit veelal onderbelichte en vaak negatief afgeschilderde deel van Europa. Tussen de plaatsen in reden we door een schitterend landschap van ruige bergen en diepe kloven. Het was natuurlijk nacht maar doordat de chauffeur steeds groot licht aan had konden we er toch redelijk wat van zien. Vooral de weg tussen Banja Luka en Jajce was erg mooi.

    Toen het weer licht was bleek dat we inmiddels in Mostar waren aangekomen. Helaas hebben we het historische centrum met zijn beroemde brug en de door de oorlog deels verwoeste huizen niet kunnen zien omdat de bus alleen een buitenwijk aandeed. Na Mostar bereikten we al snel de Bosnisch-Kroatische grens, waar we getrakteerd werden op een strenge grenscontrole. Na een klein stukje Kroatië en een eerste glimp van een azuurblauwe Adriatische zee stonden we vreemd genoeg ineens weer voor de grens met Bosnië. De lange kustlijn van Kroatië wordt in het zuiden namelijk één keer onderbroken door een verdwaald stukje Bosnië. De bus stopte voor een pauze in het schilderachtige plaatsje Neum en niet lang daarna konden we opnieuw aansluiten voor een grenscontrole. Ook deze duurde zeker een uur. Mede daardoor arriveerden we pas om half twee ’s middags in Dubrovnik. Omdat we ’s nachts rond twaalf uur uit Zagreb waren vertrokken had deze busreis dus bijna veertien uur geduurd.

    Dubrovnik

    Kort samengevat vonden we Dubrovnik zeer toeristisch en schandalig overpriced maar ook ontzettend sfeervol en vooral héél erg oud. We hebben overnacht op camping Solitudo waar we vijfentwintig euro voor een tentplaats moesten neertellen (goedkopere opties waren er niet) en we hebben gezwommen in het heerlijk warme water van de Adriatische zee. 

    Jadranska magistrala

    Voor wie nu verder leest, is het leuk om de wegenkaart erbij te pakken. Zoek de weg eens op die van Dubrovnik in Kroatië naar Kotor in Montenegro loopt. En vervolgens via Ulcinj in Montenegro verder richting Albanië. Je zult zien dat deze weg bijna volledig de Adriatische zeekust volgt. Ik denk dat we niet overdrijven als we zeggen dat dit één van de mooiste plekken is die we in ons leven gezien hebben. In het bijzonder het gedeelte rondom de baai van Kotor was ontzagwekkend. Duizelingwekkend hoge bergen op de achtergrond die zichzelf weerspiegelen in het heldere, kalme water van de baai. Nieuwe strandjes na elke bocht, waterpoloërs, dobberende roeibootjes langs de kant, zonnige villa’s op de berghellingen en natuurlijk (want Mediterraans) overal cipressen en palmbomen. De “Jadranska magistrala”, oftewel de Adriatische snelweg, is een schitterende autoroute die we iedereen van harte kunnen aanbevelen!

    Florian’s Backpackers

    Tijdens dit schrijven zitten we op de beschaduwde voorveranda van Florian’s Backpackers, een gezellig hostel in Shkodër, Albanië. Best even lekker zo, want het zijn warme dagen. Overdag wordt de veertig graden met gemak aangetikt en ‘s nachts koelt het maar nauwelijks af. De zeewind die hier af en toe sterk komt opzetten is om die reden dan ook heerlijk, en de ventilator aan het plafond ook!

    Wat betreft Albanië: we merken direct verschillen met buurland Montenegro en al helemaal met Kroatië. Albanië oogt zeer arm. Maar wat een bijzonder vriendelijke mensen hier zeg! Jason, een relaxte Brit die eigenaar Florian helpt met dit hostel, wuift alle spookverhalen over ontvoeringen en maffia weg. Volkomen onterecht volgens hem. Hij verzekert ons dat de Albanezen erg blij zijn met toerisme en dat we niets hoeven te vrezen. Ja, er bestaat criminaliteit, maar die is in ieder geval niet gericht op toeristen. Hello, where are you from? Do you speak English?” zijn de begroetingszinnen waarmee we door de kinderen op straat worden aangesproken. We voelen ons welkom en veilig hier.

    Leuke lui hier in het hostel trouwens. Zoals Cesar uit Guatemala, met wie we een lang gesprek voeren over de filosofische kant van het reizen. Hij is al vijf jaar lang met tussenpozen op reis en deelde zijn ervaringen met ons. De belangrijkste les: durf je planning los te laten en laat alles lopen zoals het loopt. Een fascinerend persoon, die Cesar. Ook Jason van het hostel is zo iemand die je ontmoet en daarna niet meer vergeet. We kunnen goed merken dat hij leraar is geweest. Geïnteresseerd in de verhalen van zijn gasten (jonge backpackers zoals ons meestal), vol met leuke feitjes en verhalen doorspekt met droogkomische Britse humor, een beetje vaderlijk af en toe en tegelijkertijd lekker chill. Jason heeft een vrij avontuurlijke manier van leven: een paar maanden per jaar werkt hij in hostels en voor de rest geeft hij her en der Engelse les. Zo reist hij de wereld rond.

  • Bratislava, Boedapest en de Donau

    Bratislava, Boedapest en de Donau

    № 3 | Deel 1: Europa

    Na Praag kwamen we met vijf zeer afwisselende lifts aan in Boedapest. Onderweg hadden we bij een tankstation in Bratislava, Slowakije een bijzondere ontmoeting met een groep jongens uit Koeweit die met oude Amerikaanse auto’s door Europa aan het toeren waren. Geweldig! Ook weer veel andere lifters ontmoet.

    In Boedapest hadden we pas succes bij het vierde hostel. Alles was volgeboekt in verband met Sgizet, een groot muziekfestival met artiesten als Robbie Williams en Kings Of Leon. Een slaapplek vinden kostte dus nogal wat zweetdruppeltjes, als pakezels kriskras door de stad sjouwend.

    Boedapest: wat een stad! Heel anders dan Praag maar zeker net zo mooi. Veel bijzondere huizen, paleizen, kerken en bruggen in allerlei bouwstijlen waar de geschiedenis vanaf druipt. We begrijpen nu ook hoe het klassieke muziekstuk “An der schönen blauen Donau” aan zijn naam komt. De Donau is hier indrukwekkend breed en behoorlijk blauw. Daar valt inderdaad best een stuk over te componeren.

    Omdat de prijzen in het hostel ineens verdriedubbelden in verband met het festival, hebben we de tweede nacht op stadscamping Haller geslapen. Weer eens wat anders.

  • Vandaag uit Praag

    Vandaag uit Praag

    № 2 | Deel 1: Europa

    Eindelijk is het dan zover: ons vertrek is een feit. Na een lange, warme liftdag van zestien uur zijn we maandagavond net voor middernacht aangekomen in Praag.

    Nadat grote vriend R. ons maandagochtend vroeg had afgezet aan de A1 bij Apeldoorn kregen we direct een lift naar Oldenzaal. We hoefden er niet eens om te vragen, want de chauffeur, Remco, bood het zelf aan. Daarna volgde een lift van Marius en zijn moeder naar Osnabrück en vervolgens nam een half Tunesische Berlijner ons mee naar Magdeburg. Laatstgenoemde wist het gaspedaal wel te vinden trouwens.

    Tussen de liften door moesten we vrij lang wachten, maar omdat we steeds opnieuw koppels van een liftwedstrijd tegenkwamen was dit ook wel weer leuk. We hadden de pech dat het voornamelijk vakantieverkeer was dat stopte bij de tankstations. En die zaten bijna allemaal tjokvol. Verbazingwekkend wat mensen soms meenemen voor een paar weken vakantie, denk je dan. Zeker als je onze kleine backpacks ernaast legt.

    Maar geduld loont! De één-na-laatste lift werd ons aangeboden door een aardige Albanees die het als zijn plicht zag om ons mee te nemen. Hij woonde in Londen en had net in Duitsland een Mercedes gekocht. De laatste, beslissende lift kregen we van Frido en Eric, twee vrolijke vrienden uit Bremen die duidelijk van heavy metal hielden en onderweg waren naar Praag om te gaan feesten. Natuurlijk mochten we mee!

    We hebben enorm genoten van Praag. De stad ademt een middeleeuwse en bijzondere sfeer. En wat een prachtige gebouwen! Van Jakub, onze zeer gastvrije couchsurf host, kregen we leuke insider tips. Zo hebben we dinsdagavond een mooie avondwandeling gemaakt langs het kasteel met uitzicht op de lichtjes van Praag en hebben we woensdag, op G.’s verjaardag, heerlijk gedineerd op een chill dakterras. ’s Avonds woonden we als afsluiting een openlucht movie night bij in de tuin van Cross Club, een hippe club met fantastisch industrieel design.

  • Alle wegen leiden naar Rome

    Alle wegen leiden naar Rome

    Het plan was al enkele jaren eerder gemaakt, maar nu moest het er echt van komen: een buitenlands liftavontuur. Samen met D., vriend, zwager en doorgewinterd lifter (die zelfs een liftvakantie naar Istanboel op zijn naam heeft staan) ben ik van plan om naar Zuid-Europa te liften. Bestemming: we zien wel. We hebben een week.

    Koningsdag

    Zaterdagochtend 9 uur. We staan bovenaan afslag Ede in de richting van Duitsland. Het is geen normale zaterdag vandaag, want het is Koningsdag. Een mooi moment om er tussenuit te knijpen. Niet omdat we een antipathie koesteren tegenover Willem Alexander en zijn lieftallige vrouw, maar gewoon omdat het stoer is om te zeggen dat we op Koningsdag niet in Nederland waren. Het valt trouwens niet mee om te liften op de dag die je wist dat zou komen. Normaal gesproken rijdt hier in het weekend redelijk wat verkeer de A12 op, maar vandaag niet. Er rijdt hier eigenlijk bijna niemand, en de enkeling die wel langskomt zit vol. Dan, na een dik kwartier, stopt er een klein autootje met een bejaard echtpaar erin. En ja hoor, we mogen mee! De grijsaard achter het stuur blijkt een verstokte republikein te zijn. Direct na het instappen begint hij aan een enorme tirade tegen het koningshuis. Zijn vrouw, die bang is dat wij ons wellicht gekwetst voelen, probeert haar man tot rust te manen. Dat is echter niet nodig want we vinden het prachtig! Dit korte maar zeer gezellige ritje naar tankstation Buunderkamp, net voor knooppunt Grijsoord, vormt een veelbelovend begin van onze reis.

    Mark

    De volgende lift die we krijgen is van een man met een mooie Saab 90. Al snel blijkt dat deze lift voor D. heel bijzonder is. Op het moment dat we instappen heeft D. nog niets door, maar weldra gaat er bij hem een lichtje branden. “Zeg, ben jij niet…?” vraagt D. met ogen die steeds groter worden. “Mark”, is het antwoord. “Zie je wel!” roept D., “ik dacht het al! Mark met de Saab! Ik heb al eens eerder een lift van je gehad!” Op hetzelfde moment herinnert Mark zich dit ook. Geweldig toch? Natuurlijk, Nederland is een klein landje, maar dan nog. Hoe vaak maak je nu zoiets mee? Enkele kilometers voor knooppunt Valburg, bij Texaco Heteren aan de A50, zet Mark ons weer af. Hij moet de A15 op. Mark, het ga je goed!

    Bert

    Lang hoeven we niet te wachten. Bert, een oud mannetje van bijna 80 jaar, wil ons wel een endje meenemen. Hij gaat vandaag wandelen in het heuvelachtige gebied rondom Nijmegen. We hebben veel respect voor hem. Doe het de beste man maar eens na op die leeftijd! Bij tankstation Lokkant aan de A73, ter hoogte van Haps, worden we weer afgezet. Succes Bert!

    Andrés

    We posteren ons bij de ingang van de tankshop en zetten een ‘je-kunt-ons-gerust-vertrouwen’ gezicht op. Hartstikke gezellig allemaal, maar het begint tijd te worden voor een langere lift. We willen Nederland uit en wel binnen nu en een uur. Dan zien we een vrachtwagen met een Litouws kenteken het tankstation oprijden. Luid sissend stopt de truck naast de pomp. Instinctief voel ik aan dat er hier een kans bestaat om de grens over te komen. En ja hoor: bingo! De chauffeur, Andrés, is onderweg naar zijn vriendin in Düsseldorf en dat is een mooi stuk in de richting die we op willen. Het is geen enkel probleem om mee te rijden alleen moet hij nog wel even een bloemetje voor haar kopen. Dus of we even willen wachten? Uiteraard willen we dat. En zo komt het dat ik sinds lange tijd weer in een vrachtwagen klauter. Als kind heb ik talloze schoolvakanties op de bijrijdersstoel naast mijn vader doorgebracht terwijl we de Benelux doorkruisten. Ook Duitsland, Frankrijk en Polen heb ik op die manier gezien. Geen leukere manier om als jongetje je vakanties door te brengen. Het voelt direct weer vertrouwd. Beheerst schakelend draait Andrés zijn wagen de snelweg op richting Venlo. Hij blijkt een praatgrage chauffeur te zijn die wel van een grapje houdt. We praten over van alles en nog wat en het is erg interessant om ook eens te horen hoe een Oost-Europeaan tegen het hele EU-verhaal aankijkt. Haast ongemerkt naderen we het Roergebied en snel zoeken we uit wat de beste plek is om ons eruit te laten. Als we te ver meegaan is de kans namelijk groot dat we verstrikt zullen raken in de beruchte wirwar van knooppunten en afslagen. En dat wil je niet als lifter, weet D. uit ervaring. Ons eindpunt wordt Raststätte Cloerbruch aan de A52, bij Mönchengladbach. We wensen Andrés een goed weekend toe bij zijn vriendin en na het uitstappen kijken we elkaar tevreden aan. We zijn de grens over. Nu is het echt begonnen.

    Snelle wagen

    De volgende lift is in een snelle BMW M5 en dat merk je. In no time zijn we de afslagen rondom Düsseldorf voorbij. De chauffeur is eigen baas die ook een bedrijf in Nederland heeft. Hij rijdt regelmatig heen en weer. Tijdens de lift wordt hij gebeld en zodoende hebben we niet echt contact. Maar leuk is het ritje wel. Raststätte Nievenheim aan de A57, ter hoogte van Dormagen, vormt ons eindpunt. We zien een grote gele M en daar hebben we heel veel zin in. Het is inmiddels ook al een uur of één ’s middags. Eerst maar eens even wat te eten halen en dan zien we wel weer verder.

    Japanners

    Het voordeel van een plek als deze is dat je als lifter gemakkelijk mensen kunt aanspreken. En dat doen we dus ook. Op de parkeerplaats treffen we een Japans uitziende man en vrouw van begin dertig. Een stelletje, zo denken we. Dat is echter verkeerd gegokt want ze zijn broer en zus. Maar dat ze Japans zijn klopt wel. Ze hebben een heel klein autootje (een Japanner inderdaad) die bijna helemaal vol zit met bagage maar dat vormt allemaal geen reden om ons niet mee te nemen. Dat onze backpacks op schoot moeten en we een beetje krap zitten vinden we geen probleem. We hebben het er graag voor over want we kunnen mee tot Frankfurt en dat is een flink eind! Ze gaan eerst nog even eten. Of we dat erg vinden? Dat vinden we niet. En ook al zouden we het wel erg vinden… Als lifter ben je nu niet bepaald in een positie om veel eisen te stellen. Als ze weer naar buiten komen krijgen we allebei een hamburger in onze handen gestopt. Dat vinden we heel erg aardig van ze. “Blijkbaar zien we er uit als zwervers”, grappen we tegen elkaar. Wanneer we informeren waar ze vandaan komen wordt het even stil. Dan vertellen ze dat ze zojuist hun opa hebben begraven. De broer is hiervoor uit Tokio overgekomen. Ze zijn nu op weg naar Frankfurt waar zij woont en over een paar dagen vliegt hij weer terug. Gelukkig heeft hun opa een hoge leeftijd mogen bereiken. D. en ik condoleren broer en zus met dit verlies en daarna praten we door over het onderwerp familie en de vele cultuurverschillen die er in dit opzicht tussen Japan en Nederland bestaan. Erg fascinerend. De broer vertelt ook nog over een recente aardbeving die hij heeft meegemaakt. Hij was thuis in zijn appartement ergens hoog in een wolkenkrabber. Het was behoorlijk beangstigend maar gelukkig bleef het gebouw staan. “We zijn het wel gewend”, zegt hij.

    Fred

    Al kletsend rijden we door het golvende landschap en voor we het weten zijn we twee uur en tweehonderd kilometer verder. Wat gaat de tijd snel bij zulke interessante gesprekken! Bij Raststätte Medenbach aan de A3 stappen we uit. Een hartelijk afscheid van broer en zus volgt. Terwijl ze wegrijden zien we in de verte een rode VW Caddy het tankstation naderen. Als hij dichterbij komt blijkt dat de bestelbus een achterbankje heeft. Gelijk maar proberen! We spreken de chauffeur aan in het Duits maar tot onze verbazing praat hij in het Nederlands terug. Fred, want zo heet hij, is een gezellige Achterhoeker die in Zuid-Duitsland woont. Hij wil ons helemaal tot voorbij Stuttgart brengen, op slechts zo’n 100 km afstand van de Zwitserse grens. Dat zijn de ritten waar elke lifter van droomt! Opnieuw hebben we leuke gesprekken, want we blijken veel gemeen te hebben. Zo hebben D. en Fred allebei op scouting gezeten en delen we alle drie de liefde voor het buitenleven. Fred verzucht dat de kinderen van tegenwoordig alleen nog maar beeldschermen zien. Dat is ook onze constatering. Fred vertelt over een paar Zuid-Koreaanse kinderen uit Seoul die onlangs in zijn gezin te gast waren voor een soort vakantie. Hij had in het bos allerlei spelletjes georganiseerd, maar de kinderen hadden geen flauw benul wat ze moesten doen. Ze bleven gewoon staan! Wat bleek: de stumperds hadden in hun hele leven nog nooit buiten gespeeld. Kun je het geloven?

    Natte slaapzak

    Empfingen is de plek waar Fred de verhalenverteller ons afzet. Verder kan hij ons niet brengen. Dit was eigenlijk al een beetje om voor hem, maar hij wist dat in dit dorp een groot tankstation ligt, dicht bij de afslag. We bedanken hem hartelijk voor de geweldige lift en de extra moeite en daarna strekken we ons eens goed uit. We zijn meer dan tevreden over de afstand die we vandaag hebben afgelegd. In de beginnende schemering proberen we nog een tijdje door te liften bij de oprit, maar er is weinig verkeer dat de A81 richting Zwitserland opgaat. We besluiten dat de lift van Fred de laatste is van vandaag. Als we de doorgaande weg richting het dorp aflopen ontwaren we het beloofde tankstation en een Aldi. Na wat boodschapjes maken we een snel rondje langs een paar vrachtwagens bij de pomp maar die gaan vandaag niet meer verder. De chauffeurs zijn gezellig bier aan het drinken. We gaan op zoek naar een beschut plekje om de tent op te zetten en die vinden we op een stukje niemandsland naast een paar reusachtige zonnepanelen. De tent opzetten gaat goed, alleen krijgen we de pinnen niet zo ver de grond in. Jammer dan.

    D. werkt zijn dagboekje bij en schrijft:

    “Naar Empfingen gelift met 7 liften. Daar in de tent gekampeerd naast de snelweg. In Nederland met Mark voor de tweede keer meegelift. Mark is fysiotherapeut in Duitsland en woont in Nederland. Eén jaar geleden toen ik met J. naar Praag liftte, kregen we van hem ook een lift. Verder hebben we nog met Fred, een Nederlander uit Tübingen, meegelift. Zijn moeder woont in Zutphen en daar kwam hij net vandaan. Hij is tolk en was erg vriendelijk. We hebben ook met twee halfbloed Japanners (broer en zus) meegelift, ze boden ons bij de McDonald’s een hamburger aan.”

    Niet lang nadat we stijf tegen elkaar in de minitent van D. liggen opgekruld, begint het te regenen. Dat gaat zonder ophouden de hele nacht door. De volgende ochtend worden we in een natte slaapzak wakker. Doordat we de pinnen niet goed in de grond kregen, is de tent helemaal ingezakt. Dat de grond nu wél zacht genoeg is, is een schrale troost. Gelukkig heeft het tankstation koffie én een douche. Helaas regent het nog steeds, dus dat wordt liften in regenpak. Een beetje zielig en een heel klein beetje chagrijnig steken we naar de enkeling die deze zondagmorgen de snelweg opdraait onze duim op. Het valt niet mee om uit dit gat weg te komen. Maar dan is er ineens een vriendelijke voetbaltrainer die ons wel een klein stukje verder wil brengen. En dat zijn soms net de stukjes die je nodig hebt. De plek waar hij ons afzet is een tankstation óp de A81 en dat is een wereld van verschil met de oprit náár de A81 van zo-even. Er is genoeg verkeer wat richting het zuiden gaat, dus daar hebben we wel vertrouwen in. We nemen een kijkje op de kaart en besluiten om de lijn Zürich—Genève—Lyon—Montpellier aan te houden. We gaan voor de Côte d’Azur, of liever eigenlijk nog: Barcelona!

    Liftwedstrijd

    Ineens zijn we niet meer de enige lifters op het tankstation. Er stopt een auto en daaruit komen een stel jongelui gesprongen die aan hun shirts met logo te zien meedoen met een liftwedstrijd. Een vrolijke knul met rasta’s komt op ons af en vol enthousiasme vertelt hij dat ze onderweg zijn naar Valencia en dat ze uit Krakau komen. Deze gasten kunnen we wel eens vaker tegen gaan komen vandaag. Erg leuk en gezellig, maar toch besluiten we om iets verderop te gaan staan. Op een kluitje gaan liften werkt meestal niet zo goed.

    Mario

    Onze ogen scannen de Zwitserse kentekens. Bij een grijze Mercedes stationcar is het raak. “Yes, you can go mit mir but no drugs, okay?” zegt de chauffeur, die Mario heet. Tot drie keer toe moeten we beloven dat we echt niets bij ons hebben. De Zwitserse douane is erg streng, verzekert Mario ons. Ze gooien je zo de gevangenis in. We zeggen nog maar eens een keer dat we echt geen grammetje drugs op zak hebben (ondanks onze Nederlandse nationaliteit) en dan mogen we instappen. Het wordt een gezellige rit met een leuke conversatie die half in het Engels, half in het Duits gevoerd wordt. Mario vertelt vol passie over zijn kinderen en over het Zwitserse onderwijssysteem. Hij is Duitser maar woont en werkt als vrachtwagenchauffeur in Zwitserland. Daar is alles veel beter, zegt hij. Intussen zijn we binnendoor bij Bad Zurzach de grens overgestoken. Als we bijna bij de afslag zijn waar Mario eraf moet, nodigt hij ons uit om bij hem thuis koffie te drinken. Zo’n aanbod slaan we natuurlijk niet af. In een gezellig Zwitsers dorpje met zo’n typisch kerkje parkeert Mario de Mercedes en vol trots laat hij ons zijn huis zien. Het is smakelijk ingericht vinden we. Modern en met kunst aan de muur. De koffie is prima en de cola die we krijgen voordat de koffie is doorgelopen, is ijskoud. We kijken elkaar lachend aan. Liften is geweldig!

    Meer van Genève

    Nadat de vriendelijke Mario ons weer bij een tankstation aan de snelweg heeft gebracht, stappen we in bij een oud Zwitsers mannetje die op weg is naar Bern. Bij een enorm wegrestaurant vlakbij de Zwitserse hoofdstad zet hij ons af en warempel, daar komen we de gasten van de liftwedstrijd weer tegen. De plek waar we staan zou zomaar een uitstekende liftspot kunnen zijn want het is er heel druk en er is genoeg tijd en ruimte om automobilisten aan te spreken. Toch schiet het voor geen meter op. Er zijn best wat mensen die ons mee willen nemen, maar die gaan stuk voor stuk de verkeerde kant op. Uiteindelijk vinden we een jong Zwitsers stelletje dat wel de goede kant op gaat. We spreken nauwelijks Frans en zij geen Engels maar ach, wat geeft het. Je hoeft niet altijd te praten. En zo komen we in Montreux terecht, een prachtig stadje aan het meer van Genève.

    Stoer meisje

    In Montreux ontdekken we dat de omgeving langzamerhand mediterraans aan het worden is, met palmbomen en al. Het felgroen van de bomen steekt prachtig af bij het helderblauwe water van het grote meer van Genève. Nadat we een aantal gekke foto’s hebben genomen van onszelf met de majestueuze Alpen op de achtergrond gaan we verder. Vrolijk steken we onze duim op naar elke auto die langskomt. En dan stopt er een meisje in een klein sportief autootje. Ze draait haar raampje naar beneden en vraagt waar we heen moeten. We hebben de regel om vrouwen die alleen rijden nooit te vragen voor een lift, maar als ze het zelf aanbieden wordt het natuurlijk een ander verhaal. We stappen in en rijden mee naar Lausanne. Waarschijnlijk zien we er heel betrouwbaar uit. Lef heeft dit meisje in ieder geval!

    Vooroordeel

    En dan zijn we ineens in het chique Lausanne. We benaderen een deftige Zwitserse meneer die net zijn dure wagen aan het tanken is. Beleefd informeren we waar de reis naartoe gaat. “Genève”, is het antwoord, en ja – we mogen mee. Zijn vrouw zit er ook in en ze knikt ons bij het instappen vriendelijk toe. Zoals bij elke lift die we krijgen stellen we ons netjes voor en vragen we wat ze doen in het dagelijks leven. De man vertelt dat hij kunsthandelaar is. Daarna komt het gesprek op reizen. Het echtpaar heeft vroeger veel gereisd en een zoon van hen die onze leeftijd heeft is op dit moment op wereldreis. Ze hebben ook nog een andere zoon en die blijkt te zijn geadopteerd uit India. Nog regelmatig bezoeken ze dit land en ook ondersteunen ze daar diverse projecten. Hoe meer we praten, hoe meer we erachter komen dat deze mensen erg begaan zijn met mensen die in armoede leven. Een echtpaar om een voorbeeld aan te nemen concluderen we, nadat we door hen op een enigszins gevaarlijke plek zijn afgezet. Mijn vooroordeel over rijke Zwitsers die alleen aan zichzelf denken blijkt totaal niet te kloppen. Ik schaam me diep.

    La France

    Net als we ons afvragen of de smalle vluchtstrook waarop we staan wel veilig is, stopt er een jonge Franse knul in een gammele Peugeot 205 die het overduidelijk allemaal niets kan schelen. Kwiek springt hij de auto uit, gooit de deuren open en maakt ons in onverstaanbare Franse volzinnen, vergezeld met begeleidende armgebaren, duidelijk dat we moeten instappen. Dat gaat ons iets te snel. We willen natuurlijk eerst weten waar hij heen gaat. “Ah, oui, direction!” Hij begrijpt het. “Just France!” zegt hij dan en hij steekt twee handen recht vooruit. We besluiten om het erop te wagen. Het hoofddoel komt in elk geval overeen. De jonge knaap rijdt als een idioot en dat past op de één of andere manier exact bij zijn temperamentvolle voorkomen. Aan schoonmaken doet deze Fransoos niet, zo zien we al snel. Het hele interieur ligt bezaait met sigarettenpeuken. Een heel verschil met de vorige auto. Onderweg vragen we of hij toevallig in de richting van Lyon gaat en hij verzekert ons dat dit inderdaad het geval is. Dan blijkt dat hij juist niet in de richting van Lyon gaat. Nu krijgen we serieus last van de taalbarrière. Wild gebarend probeert onze vrolijke vriend van alles uit te leggen, maar we snappen er helemaal geen hout van. “Direction Lyon”, blijven we herhalen, maar op de één of andere manier landt dit niet. We besluiten om maar gewoon uit te stappen. Een snelle blik op de Michelinkaart leert dat we tussen Neydens en St. Julien-en-Genevois terechtgekomen zijn, op een kruispunt van twee snelwegen. Na wat uitzoekwerk staan we even later bij de goede snelweg richting Lyon maar—zul je net zien—er is geen kip die de vrijwel verlaten tolweg oprijdt. Inmiddels loopt onze tweede liftdag ten einde en we houden het maar voor gezien. Vol goede moed pakken we onze backpacks op en we wandelen we naar een boerderij iets verderop. Ons plan is om te gaan vragen of we in de hooiberg mogen slapen. De boerin doet open en al snel wordt duidelijk dat dit zeker niet zal gaan. “Non, non, c’est impossible”, zegt ze enigszins verbaasd. We hadden al zo’n vermoeden. Wel wil ze ons met de auto naar een camping brengen die een paar kilometer verderop ligt. Lief aangeboden natuurlijk, maar toch doen we dat maar niet. Stiekem wildkamperen is veel leuker én goedkoper. We lopen de lange doorgaande weg af naar St. Julien-en-Genevois en opnieuw zien we een gele M. Wederom laten we het ons goed smaken en dan moet er een keuze gemaakt worden voor de overnachting. Liever niet in de tent vannacht want die is nog steeds zeiknat. Ik pleit voor het overdekte houten bushokje wat ik een eindje terug heb gezien. D. is echter bang dat we daar te makkelijk ontdekt zullen worden en hij wijst naar de overkapping met winkelwagentjes. “Alsof we daar niet ontdekt kunnen worden”, zeg ik. Na wat geharrewar en wederzijdse koppigheid wordt het toch het winkelwagenhuisje. Het is niet eens echt koud, alleen wel vervelend dat er af en toe wat regendruppels naar binnen waaien. Maar ach, voor echte mannen als wij zal dat natuurlijk een worst wezen.

    D. schrijft:

    “Van Empfingen weer met zeven liften via Montreux en Genève naar Frankrijk gelift. Mario heeft ons meegenomen van Duitsland naar Zwitserland. We hebben bij hem thuis koffie gedronken. Hij bood ons ook aan om te douchen als we dat wilden. Mario is vrachtwagenchauffeur. Hij ging zijn kinderen ophalen bij zijn ex-vrouw. Hij vertelde dat hij zich soms eenzaam voelt in het dorp waar hij woont. In Frankrijk zijn we in de buurt van Neydens terecht gekomen. Een Franse knaap had ons meegenomen maar niet in de goede ‘direction’. We hebben in een winkelwagenhuisje geslapen bij een groot shopping centrum. Het regende en was niet zo comfortabel.”

    Yonko

    De volgende dag doen we opnieuw een poging om op de tolweg naar Lyon te komen. Maar ook dit keer hebben we geen succes. Er rijden genoeg auto’s, alleen niet in de richting die wij op willen. Dan toch maar de andere kant op, naar Annemasse. Die plaats is wat groter en dat biedt altijd meer kansen. Een aardige elektromonteur in een bestelbusje brengt ons erheen. Onderweg vertelt hij dat hij aan parasailing doet, en hij wijst ons de bergwand aan waar hij vaak vanaf gaat. Ondertussen regent het nog steeds. Het begon zaterdag zo goed met een stralend zonnetje in Nederland en Duitsland, maar dag twee en nu ook al dag drie doet het niets anders dan regenen. Nadat we in Annemasse in een grote shopping mall naar het toilet zijn geweest en onze tanden hebben gepoetst staan we als twee verzopen katten bij de oprit. Kennelijk doet ons doorweekte voorkomen een sterk beroep op het empathisch vermogen van sommige automobilisten want in no time stoppen er twee auto’s. Helaas voor ons gaan ze niet richting Lyon. We worden er een beetje moedeloos van.

    Maar dan stopt er een derde auto. En daarmee verandert alles. Lees maar wat er in het dagboek van D. staat opgetekend:

    “We kregen een lift van een jonge Franse schooljuffrouw naar Oyonnax. We reden prachtig door de bergen. Eigenlijk was dit ook een foute lift want ze zou ons bij een groot tankstation afzetten voor de afslag naar Oyonnax maar dat tankstation bleek er niet te zijn. Bij Oyonnax probeerden we weer een lift naar Lyon te krijgen maar we werden door een Bulgaarse vrachtwagenchauffeur (Yonko) opgepikt die naar Napoli ging. We zijn toen door de Mont Blanc tunnel gegaan, echt een super mooie route. Yonko draaide wel drie keer het nummer ‘Una Paloma Blanca’ van George Baker. Heerlijk om zo door de Alpen te rijden in een warme vrachtwagen! We besloten met hem mee te gaan naar Rome. Ergens op de Povlakte hebben we bij een tankstation in een hoekje onze tent opgezet en daar geslapen. De volgende dag waren de Alpen prachtig te zien. Om 7:00 moesten we weer klaar staan om verder te rijden. We hebben een foto gemaakt met Yonko, die helaas geen Engels of Duits sprak. Hij was supervriendelijk. Hij at niets en rookte aan één stuk door. Hij dronk ook maar twee kopjes koffie en daar deed hij heel de dag mee. Eerlijk gezegd leek hij mij zwaar ondervoed. Maar Yonko had een geweldige reflex, want toen er bij Genua opeens een langzaam scootertje voor de vrachtwagen ging rijden reageerde hij supersnel. Hij zou deze dag zo’n 60 km voor Rome stoppen en daar overnachten, maar speciaal voor ons reed hij door tot in Rome. Daar zette hij ons bij een tankstation af. We moesten over een hek klimmen en een gevaarlijke weg oversteken en kwamen toen uit bij een winkelcentrum. Vanaf daar hebben we een heel eind gelopen naar het dichtstbijzijnde metrostation. Een half uurtje later stonden we in het centrum van Rome.”

    En zo zie je maar dat het bekende spreekwoord veel waarheid bevat. Alle wegen leiden naar Rome.

  • De sprong

    De sprong

    Ik moest en zou een keertje naar Marseille en toen Ryanair mij dit aanbood voor €39 retour kon ik de verleiding natuurlijk niet weerstaan. Ik had slechts drie dagen en het tijdstip van de heenvlucht was verre van ideaal want die was vroeg in de ochtend. Maar je moet er wat voor over hebben. En dus ging ik de avond ervoor via een overstap op een desolaat Almere Oostvaarders met de trein naar Utrecht Centraal alwaar ik de nacht op een bankje zou gaan doorbrengen. Aangezien mijn veel te goedkope vliegticket in geen verhouding stond met de tegenvallende kosten van het treinkaartje wilde ik dit niet verder laten verpesten door een duur hotel en was dit de enige andere optie om de volgende ochtend op tijd in Eindhoven te kunnen zijn. Ik kan je vertellen: perronbankjes slapen niet fijn. Er zit namelijk zo’n spijl halverwege waar je benen net niet onder passen. De bijzondere sfeer van nachtelijk Hoog-Catharijne maakte echter veel goed, al zorgden de schoonmaakwagentjes voor veel geluidsoverlast en dat is niet leuk als je aan het slapen bent. Verder heb ik nog een rat zien lopen en kan ik je melden dat ik niet de enige slapende reiziger was. Maar misschien waren sommigen van die anderen ook wel zwervers. De nacht was weinig comfortabel maar ik haalde de trein naar Eindhoven en daarmee het vliegtuig en daar ging het mij om.

    Zo kwam ik uiteindelijk in Marseille aan. Ik heb drie dagen in deze Franse havenstad rondgelopen en het was heerlijk. De schilderachtige straatjes van Le Panier, het fantastische uitzicht vanaf de Notre Dame de la Garde, de mooie oude Vieux Port en niet te vergeten de Corniche: een prachtige boulevard langs de kust van de Middellandse Zee met daaronder op rotsen gebouwde huisjes en talloze smalle paadjes die naar onverwachte strandjes leiden.

    Het was ergens aan deze boulevard waar ik ze tegenkwam: een groepje Franse jongens van een jaar of veertien. Ze schreeuwden en lachten en keken steeds omlaag naar het water ver beneden hen. Het bleek dat ze van de rotsen aan het springen waren. Ik bleef staan kijken en op een gegeven moment knoopte ik een gesprekje aan. Dat ging lastig want ze spraken geen Engels en ik nauwelijks Frans maar dat weerhield deze jochies er niet van mij uit te dagen om met ze mee te doen. En toen kon ik mijn gedachten niet langer de baas. Als zulke snotapen het durven, durf ik het toch zeker ook? Ik keek omlaag. En slikte. Toch best wel hoog… Zou ik het echt wel doen? Zoef! Daar ging er weer eentje. Eén van de jongens wees mij de plek aan waar je terecht moest komen. En toen deed ik iets wat ik nooit verwacht had te zullen doen. Ik liet er nog een paar voorgaan om goed te kijken hoe ze het deden en toen ging ik. Ik sprong. Ik deed het gewoon! Suizend vloog ik omlaag, een meter of tien de diepte in.

    Proestend kwam ik weer boven. Ik begon te lachen, hard, onbedwingbaar en in totale euforie. Wat een fantastische kick! Ongelofelijk wat zoiets met je doet. Achteraf heb ik nog even snel een foto gemaakt en toen kwam de gendarmerie en wisten de Franse jongens en ik niet hoe snel we weg moesten komen. Met een jeugdig gevoel van opwinding en een bijna kinderlijke trots liep ik verder de zonnige Corniche af terwijl mijn lichaam langzaam opdroogde en krijsende meeuwen zich lieten meevoeren door de wind.