Centraal-Azië

  • Dit leerden we van 8 maanden wonen in Tadzjikistan

    Dit leerden we van 8 maanden wonen in Tadzjikistan

    № 24 | Deel 3: Centraal-Azië

    Reizen is één ding. Wonen in een vreemd land is iets heel anders. Dat we tegen cultuurverschillen aan zouden lopen tijdens ons verblijf in Tadzjikistan was natuurlijk logisch. Maar hoe diep cultuur kan gaan, en hoeveel tijd het kost om tot deze ontdekking te komen—dát hadden we niet verwacht. Kortom, we hebben erg veel geleerd van acht maanden wonen in een ander land (waarvan vijf bij een lokaal gastgezin). Hieronder in het kort wat we (her)ontdekt hebben.

    Les 1: Een cultuur leren kennen kost tijd

    Vrij obvious maar zo waar! Na acht maanden beginnen we net een klein beetje van deze cultuur te begrijpen. Met de nadruk op klein.

    Les 2: Omgangsvormen zijn ingewikkelder dan je denkt

    In Nederland is het niet meer dan normaal dat een man een vrouw in de ogen kijkt. In Tadzjikistan is het daarentegen zeer onbeschaafd en uitermate onwenselijk. En de vrouw die de blik van zo’n onbeschaafde man beantwoordt? Wel, zij is niet vriendelijk maar hoerig. Ook als man informeren naar de gezondheid van een andere vrouw dan die van jou is absoluut niet juist en kan zomaar verkeerd opgevat worden. Hoe verschillend omgangsvormen kunnen zijn heb je lang niet altijd direct door.

    Les 3: Het Nederlandse onderwijs is zo gek nog niet

    Met ‘dank’ aan de Sovjets is een keiharde aanpak op school nog steeds volstrekt normaal in Centraal-Azië. Daarbij hoort onder andere het slaan op de vingers met een ijzeren liniaal en een kind voor gek zetten tegenover de hele klas in de verwachting dat het daardoor wel beter zijn best zal gaan doen. Weinig pedagogische methoden die in Nederland op z’n minst achterhaald worden bevonden. Toch? Nu wel misschien, maar nog niet eens zo heel lang geleden deden wij precies hetzelfde. Vraag maar aan je opa en oma.

    Les 4: Ook westerlingen verschillen

    Naast onze dagelijkse ontmoetingen met de lokale bevolking hadden we ook veel te maken met Amerikanen, Canadezen, Zwitsers en Britten en in mindere mate met mensen uit Australië, Brazilië, Pakistan, Korea, Zuid-Afrika en Tsjechië. Ondanks het Engels als verbindende taal konden we met geen van hen onze typische Nederlandse humor en directheid delen. De Britten en Zwitsers kwamen qua begrip van onze cultuur het dichtstbij, maar desondanks bleef er afstand. In de afgelopen maanden kwamen we tot de herontdekking dat het ‘Nederlander zijn’ veel dieper gaat dan we ooit voor mogelijk hielden. De soms lompe luidruchtigheid, de eeuwige neiging tot klagen en het typische ‘hart op de tong’ zijn zaken waar we ons zelf bij tijd en wijle vreselijk aan kunnen storen of diep voor kunnen schamen. Tegelijkertijd vinden we het heerlijk en voelen we ons bij niets anders beter thuis. Niet het ‘would you please’ van de Brit en ook niet het ‘it’s amaaazing’ van de Amerikaan maar de heldere recht-door-zee mentaliteit van Nederland is waar we toch eigenlijk het meest van houden. Wat trouwens niet wil zeggen dat de Britse beleefdheid en het Amerikaanse enthousiasme geen mooie dingen zijn. Integendeel.

    Les 5: Je eigen moerstaal is belangrijk

    Wat we niet hadden vermoed—want we hadden elkaar—bleek toch waar: we misten de Nederlandse taal om ons heen. Het deed mij terugdenken aan de twee maanden vrijwilligerswerk op een summer camp in de Amerikaanse staat Georgia, nu zo’n tien jaar terug. Ik was de enige Nederlander tussen voornamelijk Afro-Amerikanen en ik ontdekte dat binnen het Engelse taalgebied de hip hop slang een taal op zich is. Het was een leuke, boeiende en leerzame tijd maar soms voelde ik me echter ook eenzaam. Nu hadden we een soortgelijke ervaring, want in de eerste vier maanden van ons verblijf in Tadzjikistan zijn we geen andere Nederlanders tegengekomen. Wat waren we blij toen dat daarna veranderde. We ontdekten: je hebt maar één moedertaal.

    Les 6: Je cultuur, die neem je mee

    Je krijgt weleens de indruk dat het meenemen van je eigen cultuur niet zou mogen wanneer je naar een ander land verhuist—al dan niet vrijwillig. Tenminste, als je de bizarre uitspraken van iemand als Geert Wilders serieus moet nemen. Feit is dat je cultuur met je meereist en onlosmakelijk verbonden is met wie jij bent, wat een ander er ook van vindt. Het raakt je identiteit. Of je nu Marokkaan, Limburger of een uit de klei getrokken polderboer bent: het zal altijd je eigen (sub)cultuur zijn die de warmste gevoelens bij je losmaakt. Dat poets je niet even weg, ontdekten we opnieuw.

    Les 7: Een cultuurverandering is niet zomaar wat

    Doordat we acht maanden in een volstrekt andere samenleving hebben gewoond, beseffen we nu een beetje waar een vluchteling in Europa doorheen moet gaan. Een cultuurverandering is niet zomaar wat! Wat wij in het begin vooral ervoeren was onzekerheid. Alles om je heen is nieuw en vreemd. Soms bekroop ons zelfs een gevoel van verlorenheid, omdat je je eigen landgenoten, gewoontes en dingetjes mist en niet zomaar even naar je vertrouwde omgeving terug kan. ‘Ontworteld’ en ‘ontheemd’ zijn termen die iets minder abstract zijn geworden voor ons. Al haasten we ons erbij te zeggen dat het voor een vluchteling honderd keer heftiger moet zijn dan voor ons.

    Les 8: Wonen in een andere cultuur is helemaal opnieuw beginnen

    Een beeld dat weleens gebruikt wordt om te illustreren hoe moeilijk het kan zijn om je te settelen in een nieuw, vreemd land is het beeld van een baby. Een uitstekend voorbeeld als je het ons vraagt want soms voelden we ons net zo: volkomen hulpeloos.

    Les 9: Als buitenlander blijf je opvallen (of je wilt of niet)

    Mensen die je kunnen aankijken alsof je van Mars komt. Openlijk uitgelachen worden op straat. Voelen dat je buitenstaander bent. En blijft. Al ga je op je kop staan, je ontkomt er niet aan.

    Les 10: Een eigen plekje hebben is heerlijk

    Na vijf maanden wonen in een lokaal gastgezin, vonden we het een verademing om te verhuizen naar een ‘eigen’ appartement. Begrijp ons goed: de familie was heel goed voor ons en we kwamen niets tekort. We hadden deze periode dan ook zeker niet willen missen. Maar toch. Het is gewoon het fijnst om lekker je eigen dingetjes te kunnen doen. Al vinden we het vanaf nu wel heel raar om met je schoenen aan(!) een huis binnen te banjeren. Dat doe je toch niet?

    Les 11: Een nieuwe taal leren is frustrerend maar wel de moeite waard

    Een compleet ander alfabet. Klanken die anders uit je keel komen dan je hersenen willen. Woorden die wel in het boek staan maar niet op straat gesproken worden. Een nieuwe taal leren is vermoeiend. We vonden de taalstudie een behoorlijke struggle af en toe maar tegelijkertijd was het ook leuk en boeiend. Het blijft ongelooflijk hoeveel deuren het opent als je de taal van het land spreekt. Ook al was het erg gebrekkig in ons geval.

    Les 12: Je leert je eigen cultuur pas echt goed kennen in een andere

    Dit is misschien wel de belangrijkste les die we geleerd hebben. Pas buiten je eigen cultuur valt op wat de waarden zijn waar je belang aan hecht. En pas buiten Nederland valt op dat een Nederlander vaak gewoon een grote bek heeft. Je hebt soms een buitenstaander of een heel buitenland nodig om de mooie dingen én de blinde vlekken uit je eigen cultuur te kunnen zien.

    Les 13: Verwacht niet dat de ander jou (vanzelf) begrijpt

    Binnen ons gastgezin bestonden bepaalde gewoonten. Bijvoorbeeld het open laten staan van een buitendeur midden in de winter. Erg vervelend, helemaal ’s nachts. Onze slaapkamer bevond zich namelijk precies tegenover deze buitendeur. Snappen ‘ze’ dan niet dat dit voor—onnodige—kou en tocht zorgt? Nee dus. Het bespaarde ons een hoop energie toen we dit eindelijk doorkregen. Verwacht niet dat de ander jou (vanzelf) begrijpt. Achteraf gezien zijn we ook wel benieuwd naar hetgeen zij van ons niet begrepen hebben trouwens.

    Les 14: Een ander proberen te begrijpen kost iets van jezelf

    De laatste drie maanden werd het ons zo goed als onmogelijk gemaakt om langer door te slapen vanwege de basisschool pal achter ons appartement. Dit kwam niet door de schoolbel, maar door kinderen in schooluniform die op het plein, om kwart voor acht ’s ochtends, op volle longsterkte gedichtjes door de microfoon toeterden. De één uiteraard nog harder dan de ander. We vonden het, zacht gezegd, behoorlijk onprettig om zo de dag te moeten beginnen. Je gaat toch niet de hele buurt uit bed blèren met die microfoon? En waarom wordt aan deze kinderen niet geleerd wat een gedicht voordragen is? Pas toen we accepteerden dat we de gewoontes van deze school niet helemaal snapten maar desondanks toch moesten vaststellen dat dit normale kinderen zijn (ze hadden geen groene antennetjes op hun hoofd) verdween onze irritatie, gingen onze oren open en kregen we zelfs enige belangstelling voor de inhoud van de gedichtjes. Een ander proberen te begrijpen kost in de eerste plaats iets van jezelf.

    Les 15: De westerse blik, die hou je toch

    Verdorie, weer een stroomstoring. Precies op het moment dat je de uitgevallen iPad wilt opladen. Kunnen ‘ze’ die elektriciteitsproblemen niet eens een keer goed oplossen in plaats van dat eindeloze oplapwerk? En dan het vlees bij de slager! Dat hangt gewoon buiten in de zon! Zo kunnen we nog wel even doorgaan. Uiteindelijk kwamen we tot de beschamende conclusie dat het ‘probleem’ voornamelijk lag bij onze eigen westerse perceptie. Als je hoge (lees: westerse) verwachtingen blijft koesteren in een niet-westers land zul je er nooit gelukkig worden. Misschien dat dit kijken met de westerse blik zal slijten door de jaren heen, maar we schatten zo in dat je, tenzij je hier van jongs af aan opgegroeid bent, er waarschijnlijk nooit helemaal van verlost zult worden.

    Les 16: Een dictatuur heeft ook voordelen

    Tadzjikistan kent een volslagen andere regeringsvorm dan Nederland. De president heeft zichzelf voor het leven benoemd en duldt geen tegenspraak. Dat klinkt ongezellig zou je zeggen. Toch heeft de bevolking dit liever dan de bloedige burgeroorlogen uit het verleden. Nu is er tenminste stabiliteit, en dat is ook wat waard. Zo hadden we het nooit bekeken.

    Les 17: De westerse cultuur is niet de hoogste trap der beschaving

    In de eer- en schaamtecultuur van Centraal-Azië zien we veel mooie dingen. Een groot respect voor ouderen bijvoorbeeld. De gewoonte dat mannen in de bus hun plek afstaan aan vrouwen. Enorme hoeveelheden eten klaarmaken om daarmee te tonen dat je gastvrij bent. Drie, vier of soms zelfs vijf zinnen gebruiken om te informeren naar iemands gezondheid, familie en welbevinden. En zo zijn er nog veel meer prachtige voorbeelden te noemen. De bevochten waarden van het westen mogen er ook zijn, maar de westerse cultuur is zeker niet de hoogste trap der beschaving.

    Les 18: Interpreteren is een valkuil (en een vooroordeel is zo geboren)

    Afval op straat gooien is in Tadzjikistan de normaalste zaak van de wereld. Zo zagen we eens twee slimme verkopers die vanuit een vrachtwagentje bij een grote school ijsjes verkochten. Werkelijk de hele straat lag van voor tot achter bezaaid met wikkels. In het begin vonden we dergelijk gedrag vreselijk asociaal en namen we aan dat hier niemand om het milieu geeft. Dit was onze eerste interpretatie. Tot we hoorden dat, naar oud Sovjetgebruik, de straten hier dagelijks schoongeveegd worden. Wellicht nog steeds onwenselijk om dan je rommel op straat te flikkeren, maar onze eerste interpretatie was niet juist.

    Les 19: Privacy is een voorrecht

    De vijf maanden in het gastgezin woonden we op één klein kamertje. Altijd op elkaars lip dus. Vergelijk dat eens met onze voormalige eengezinswoning! Wat een enorme luxe is dat toch, privacy. En wat een voorrecht.

    Les 20: We leven in een oneerlijke wereld

    Acht maanden wonen in een ontwikkelingsland doet ons diep beseffen hoe ongelooflijk rijk we zijn. Alleen al het feit dat we het geld en de vrijheid hebben om een reis als deze te maken is voor de meeste Centraal-Aziaten nauwelijks te bevatten. Ja, we wisten het al, maar weten en ervaren zijn twee verschillende dingen. We leven in een oneerlijke wereld.

  • Een tweede vrouw

    Een tweede vrouw

    № 23 | Deel 3: Centraal-Azië

    En toen zat onze periode in Centraal-Azië er alweer op. Oké, nog één verhaaltje dan. Pasgeleden brachten we het weekend door in een dorpje twee uur rijden verderop. Je hebt een taxi nodig om daar te komen, dus dat deden we. Op naar de taxistandplaats.

    “Nog twee personen, nog twee personen!” roept een taxichauffeur ons toe. Een paar chauffeurs ernaast zeggen hetzelfde. Taxi’s rijden hier nooit weg met minder dan vier passagiers. Dat is mooi, denken we, want als wij dus de laatste twee zijn, kunnen we gelijk vertrekken. We kiezen een iets ouder, betrouwbaar uitziend iemand uit, want die rijden meestal ietsje minder hard en roekeloos dan de jongere gastjes. Het blijkt niet helemaal waar wat de taxichauffeur zegt. In plaats van twee heeft hij nog maar één andere passagier en omdat deze vindt dat de zoektocht naar de laatste passagier te lang duurt loopt hij uiteindelijk weg. Ja, zo komt een taxi nooit vol natuurlijk. Als de chauffeur terugkomt met de—naar hij dacht—vierde klant, en ziet dat zijn eerste passagier weg is wordt hij boos en gaat dan noodgedwongen opnieuw op zoek. Als vervolgens deze nieuwste klant tot onze frustratie óók weer wegloopt zijn we het zat en en gaan we op zoek naar een andere taxi. Later horen we dat taxichauffeurs altijd roepen dat ze er “nog maar één” of “nog maar twee” nodig hebben, ook al is hun taxi helemaal leeg.

    Uiteindelijk lukt het ons dan toch. Onze nieuwe chauffeur is een vrolijke man met hawaïhemd en zonnehoed en de prijs is goed. Zodra hij doorkrijgt dat we zijn taal een (heel) klein beetje machtig zijn beginnen de vragen. Waar we vandaan komen, wat we van zijn land vinden, vragen over onze families, en ga zo maar door. Af en toe wordt het gesprek onderbroken omdat we moeten stoppen voor een politie-checkpoint waarbij de zonnehoed snel afgaat en de gordel losjes wordt omgedaan. Altijd beter om het erop te laten lijken dat je je aan de regels houdt en er zo onopvallend mogelijk uitziet. De handdruk met daarin de bijverdienste voor de agent wordt liever vermeden. Gelukkig, op deze rit ontspringt onze chauffeur de dans want het zijn steeds andere auto’s die staande worden gehouden.

    Het onderwerp familie blijkt hem het meest te interesseren. En dan met name ons huwelijk. Waarschijnlijk raakt hij bezorgd over het feit dat we al vier jaar getrouwd zijn maar nog steeds geen kinderen hebben. Dat kan in deze cultuur natuurlijk niet. Of het misschien voor Joost Jan geen tijd wordt voor een tweede vrouw? De chauffeur meent het, want hij begint te toeteren naar elke vrouwspersoon die er in zijn ogen geschikt uitziet. “We hebben heel veel goede vrouwen hier hoor!”, knipoogt hij lachend. Wat we ook aanvoeren (een tweede vrouw is veel te duur, het is verboden in Nederland, G. voldoet prima), het helpt allemaal niets. Er moet volgens hem echt een vrouw bij en hij is niet van plan erover op te houden.

    De fruitstalletjes langs de kant van de weg brengen uiteindelijk uitkomst. Eindelijk, verandering van onderwerp. Omdat we te gast zijn moet er fruit voor ons gekocht worden en bij elk stalletje mindert onze vrolijke taxichauffeur vaart om te kijken of er iets tussenzit. Ondertussen wil hij weten wat alle fruitnamen zijn in het Nederlands, wat grappig is omdat veel woorden in het Russisch hetzelfde zijn en dit voor verwarring zorgt. Abrikozen bijvoorbeeld. Wat ook is wat hij voor ons koopt. Niet lang daarna arriveren we in het dorpje. Met fruit, maar zonder tweede vrouw.

  • De HEMA-bodywarmer

    De HEMA-bodywarmer

    № 22 | Deel 3: Centraal-Azië

    Pas liep er een man voor ons in een bekende rode bodywarmer die we al lange tijd niet meer hadden gezien. We konden een glimlach niet onderdrukken. “HEMA” stond er op, in witte, vertrouwde blokletters met een streep eronder. Het blijft ons fascineren hoe kleding die hoogstwaarschijnlijk geproduceerd is in één van de lagelonenlanden van deze regio via een omweg door het westen uiteindelijk weer in hetzelfde gebied terugkeert (zie ons eerdere verhaaltje over deze bijzondere logistieke kringloop).

    Deze bodywarmer is een goed voorbeeld van de vele vormen van hergebruik die we hier om ons heen zien. Eerder schreven we al over de vele tweedehandse Duitse en Russische auto’s op straat. Maar ook Nederland is in dit opzicht het vermelden waard. Pas zaten we in een geelwitte Syntus-bus met de 9292ov-sticker nog achterop en binnenin de aanwijzing ‘gordels dragen verplicht’. De betreffende gordels waren er overigens uitgesloopt.

    Het is niet alleen dit soort verrassende recycling, maar ook de geglobaliseerde wereld in het algemeen en de talloze economische verbindingen tussen Centraal-Azië en andere landen wat ons in het straatbeeld opvalt. Neem China. De invloed van het land van de draak is goed te merken. Hemelsbreed is het grote China dan ook niet ver van ons vandaan. Dagelijks zien we vrachtwagens van Chinese makelij rondrijden met sierlijke karakters op voor- en zijkant en overal worden taalcursussen Chinees aangeboden. Ook veel bouwprojecten zijn Chinees, evenals de bouwvakkers. En natuurlijk liggen de winkels barstensvol Chinese producten. Hoewel—dat moet gezegd—voor Chinese bouwvakkers en Chinese producten hoef je anno 2016 natuurlijk niet noodzakelijkerwijs dichtbij China te zijn.

    Ook komt er veel import uit Korea. Het duidelijkste voorbeeld hiervan is misschien wel de Hyundai Starex. Dit is dé populairste minibus waar we zo’n beetje dagelijks instappen. Ook zijn er veel taekwondo scholen. Een andere reden waarom er veel verbindingen zijn met Korea, is de Koreaanse diaspora. Niet alleen in bijvoorbeeld China, Noord-Amerika en Japan maar ook in Centraal-Azië wonen veel ‘lokale’ Koreanen, vaak al generaties lang. Laatst hebben we bij een bevriend Koreaans gezin gegeten. We merkten de impact van de oplopende spanningen tussen Noord- en Zuid-Korea van dichtbij. Vader vertelde over zijn verplichte diensttijd die hij doorbracht langs de grens met Noord-Korea. Ook hoorden we trieste verhalen over uiteengereten families die door de driedubbele muur gescheiden zijn. We beseften ineens dat niet alleen Noord-Korea, waar duizenden mensen sterven van de honger en gevangen zitten in strafkampen, maar ook het ogenschijnlijk welvarende Zuid-Korea enorm lijdt onder deze kwestie. Er is veel verdriet en machteloosheid wat betreft hun onfortuinlijke landgenoten in het noorden.

    En dan is er natuurlijk nog Rusland. Het is in deze ex-satellietstaat goed te merken dat het Kremlin een lange arm heeft. Hier geen twijfelende meningen of een genuanceerd standpunt over Oekraïne. Een stelletje fascisten zijn het, niets meer en niets minder. Dat zegt de grote meneer dagelijks op televisie en die wordt op handen gedragen. In één van de gesprekjes met onze taallerares uitten we een heel voorzichtig puntje van kritiek wat betreft de Russische houding tegenover Oekraïne en brachten we de ramp met de MH17 ter sprake. Ze begreep onze scepsis en gevoeligheid wel, maar desondanks wilde ze geen kwaad woord over Rusland horen. En dat is uitstekend te begrijpen. Rusland is dé grote werkverschaffer hier. Ook qua infrastructuur en woonvoorzieningen heeft Centraal-Azië veel aan de Russen te danken. Niet alleen werken er veel mannen en vrouwen in Rusland, andersom zijn er, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, ook best wat Russen achtergebleven. Meestal de armere mensen of ouderen die geen familie meer hadden om naar terug te keren.

    Soms denken we wel eens: zijn we nu in Centraal-Azië of in Rusland? Er is zo ontzettend veel wat Russisch aandoet. De Kamaz trucks, Lada’s en Volga’s bijvoorbeeld. De talloze shirts en petjes met ‘Russia’ erop. De autoradio in de marsjroetka die niet zelden afgestemd staat op een Russischtalige zender. De brede prospekts, omzoomd door lage, pastelkleurige gebouwen in Sovjetstijl. De honderden leenwoorden in de taal. Voor veel alledaagse voorwerpen is alleen het Russische woord in omloop. Denk aan woorden als stoplicht (светофор) of mok (кружка). De lokale equivalent kent men vaak niet eens.
    Aan de andere kant is het ook duidelijk dat de Centraal-Aziatische landen hard hun best doen om het verleden achter zich te laten en zijn ze duidelijk trots op hun onafhankelijkheid. Veel overheidsprogramma’s zijn erop gericht om de identiteit van het land en het nationalistische gevoel te vergroten, feestdagen die ten tijde van de Sovjetunie minder belangrijk werden gevonden worden nieuw leven ingeblazen en Sovjetgebouwen worden vervangen door modernere nieuwbouw. Maar het stempel “voormalige Sovjetrepubliek” kwijtraken, dat zal nog wel een tijdje duren. Of is dat nu juist één van de charmes van deze boeiende regio?

  • De Sovjetflat

    De Sovjetflat

    № 21 | Deel 3: Centraal-Azië

    Over Centraal-Azië schrijven zonder de Sovjetflat te noemen is onmogelijk. Ze staan overal. Grauwe kolossen uit een nog niet eens zo ver verleden. Vaak eenzaam, soms gegroepeerd. Blokken beton, een bonte verzameling satellietschotels op het dak. Afgebladderde, pastelkleurige verf en wapperend wasgoed maakt het sombere aanzien nog enigszins kleurrijk. Een enkele flat is opgeleukt met afgeronde hoekjes, rococo-achtige ornamenten of sierlijke balkonstijlen die vaag aan Jugendstil doen denken. Het helpt iets, maar niet veel. De onvermijdelijke treurigheid bij het aanzien van deze bouwsels overvalt je vroeg of laat. Wie bedenkt zoiets? Maar—ook dat is waar—praktisch is het wel. Er passen een hoop mensen in. Daarom worden ze waarschijnlijk ook niet afgebroken.

    Ook wij hebben de ‘eer’ nu in zo’n gebouw te wonen, zij het in een kleine variant. De haveloze buitenkant doet anders vermoeden, maar toch is het vrij gerieflijk wonen. Vanwege het jarenlange verzuim aan onderhoud is de kans op lekkage of andere narigheden aanzienlijk maar tot nu toe hebben we niets te klagen. Of het moet de gezellige gehorigheid zijn. Met esthetiek hebben deze flats dus weinig te maken. Of toch wel? Zo op het oog gezien is de Sovjetflat niet mooi te noemen. Anderzijds: het is maar net wat je onder schoonheid verstaat. Is oud lelijk? Stiekem hebben we daar toch nog wel een dingetje over. We moeten denken aan de griezelig perfecte nieuwbouwwijken van Nederland. Aan de strakke twee-onder-een-kapwoningen die van Delfzijl tot Dinxperlo hetzelfde zijn. Buiten de historische binnensteden en dorpskernen die onder het cultureel erfgoed vallen lijkt er voor vergane glorie weinig plaats te zijn in Nederland. In vergeten uithoeken van—noem eens wat—Oost-Groningen, Drenthe of Zeeuws-Vlaanderen wil men nog wel eens een bejaard kantoorpand of verouderde woning tegenkomen, maar de algemene tendens is toch dat oud spul zo snel mogelijk tegen de vlakte moet. Dat is hier anders. Ja, er is vervangende nieuwbouw (vooral rond de ambassades) maar afgezien daarvan blijft oud gewoon staan. En zo krijgt de Sovjetflat als vanzelf een authentieke, nostalgische, ja bijna sfeervolle uitstraling.

  • Over veegvrouwtjes, takkenwijven en supermarktmannetjes

    Over veegvrouwtjes, takkenwijven en supermarktmannetjes

    № 20 | Deel 3: Centraal-Azië

    We zijn groot fan van het Snickermannetje. Zo noemen wij deze straatverkoper althans. Twee planken vastgespijkerd aan een boom, wat makkelijk te slijten producten erop (snoep, chocola, sigaretten per stuk) en verkopen maar. Er zit een grote universiteit vlakbij, dus dat wil wel. Soms (lees: regelmatig), om onze chocoladeverslaving te voeden, kopen we voor omgerekend drieëndertig eurocent een Snicker bij hem. Vandaar die naam.

    Maar je hebt hier veel meer van dergelijke mannetjes en vrouwtjes. Zo zijn daar de veegvrouwtjes, gestoken in oranje hesje en gewapend met schoffel en vuilniszak. De gemeentewerkers dus, maar in bloemetjesjurk en met een hoofddoek op. Vrouwen die de openbare groenvoorzieningen onderhouden is een destijds door de Sovjets ingevoerde traditie en tot op heden in stand gehouden. ’s Winters slaan ze met takken ook sneeuw van de bomen. Zelfs het kleinste struikje ontsnapt hier niet aan. Daarom vonden we ’takkenwijf’ ook wel een passende benaming.

    Dan hebben we nog de bezemmannetjes, niet te verwarren met de veegvrouwtjes. Bezemmannetjes zijn nagenoeg altijd oud en gerimpeld, hebben een volwassen, grijze baard van minstens dertig centimeter die in een sierlijke punt eindigt, hebben een afgeladen fiets vol gevlochten bezems bij zich en roepen op luide toon: “Bezems te koop!”

    Een volgende groep die we graag onder de aandacht willen brengen zijn de marsjroetkajongetjes. Als je in dit land twijfelt over beroepskeuze, kun je altijd nog op de marsjroetka gaan werken. Je taak is geld in ontvangst nemen, geld wisselen en de marsjroetka zo vol mogelijk zien te houden. Goede longen zijn een vereiste, en ook moet je zeker niet verlegen zijn. Een minimumleeftijd hebben we nog niet kunnen ontdekken, wel is het lichtelijk verontrustend hoe jong sommigen zijn.

    Autowasjongetjes heb je ook. Je ziet ze bij sommige restaurants. De meer welgestelde inwoners van dit land worden, nadat ze hun Mercedes, Porsche of Lexus geparkeerd hebben en voordat ze het restaurant in willen lopen, door zo’n jochie met emmer en spons aangesproken en soms heeft zo’n kind geluk.

    Ook zijn er de shaslickmannetjes. Dag in dag uit in de barbecue-rook, ’s morgens vroeg beginnen ze al. Erg gezond kan dit nooit zijn, maar misschien hebben ze om brood op de plank te krijgen wel geen andere keus.

    Verreweg de fascinerendste groep vinden we de supermarktmannetjes. Er zijn hier enkele grotere supermarkten, voornamelijk gericht op de “Russified people” en de expats. Hier kun je alcohol kopen en andere luxeproducten. Af en toe halen we er wat lekkers, soms kijken we alleen rond. Slechts het zien alleen al van westerse producten kan fijn zijn. Steeds als we zo’n supermarkt binnen komen lopen, overkomt ons hetzelfde. Welk gangpad we ook inlopen: steevast komt er een supermarktmannetje (knaap in rode bodywarmer) achter ons aan. Soms wel twee of drie tegelijk. Ze vragen nooit iets, maar kijken alleen. Om gek van te worden! We zijn er nog niet achter of alleen wij deze ‘behandeling’ krijgen of dat dit de algemene bedrijfspolicy is. Is het om te kijken of er niets gestolen wordt? Geen idee. We vinden het weinig aangenaam om zo te winkelen, en ook een beetje griezelig. De personeelsbezetting in deze supermarkten is trouwens opmerkelijk te noemen. Het stikt er van de werknemers, maar wat hun taak precies is blijft onduidelijk. Soms vullen ze vakken maar doordat er zo weinig klanten zijn (deze supermarkten zijn duur!) blijven de vakken gewoon vol. Meestal hangen ze in groepjes rond bij de kassa, spelen ze met hun telefoon, of lopen ze maar wat achter de klanten aan. We hebben er pas nog een leuk spelletje van gemaakt: in hoog tempo verschillende gangpaden doorlopen en kijken of er eentje achter je aankomt. Verstoppertje in de supermarkt. Koekkoek!

  • Welkom, vreemdeling

    Welkom, vreemdeling

    № 19 | Deel 3: Centraal-Azië

    We nemen je even mee naar de бозор (markt). “хуш омадед меҳмон”, klinkt het. Welkom gast. Ze zien het direct, die verkopers. Maar niet alleen zij. Iedereen ziet het. We zijn vreemdelingen. Natuurlijk vallen we op. Vreemde kleren, vreemde gezichten. Maar—hoe dan ook—we zijn welkom.

    Een paar minuten later horen we het weer. Welkom, gast! Het is hetzelfde terugkerende refrein. We hoorden het onderweg, maanden geleden al. Het zong ons tegemoet. Hoe dichter we het Midden-Oosten naderden, hoe luider de klank. Welkom, gast! Welkom, vreemdeling! We kennen je niet. We vinden je een beetje vreemd. Maar dat maakt niet uit. Je bent welkom.

    Onze hele reis hing aan elkaar van gastvrijheid. Het waren de liften die we kregen. Goede raad her en der. Spontaan aangeboden slaapplaatsen. Liters gratis thee en een ontstellende hoeveelheid gratis maaltijden, ondanks onze protesten. We werden toegelachen, geholpen, de weg gewezen. Mensen knoopten gesprekjes aan en lieten merken vereerd te zijn met ons bezoek. Merhaba, hoorden we in Turkije. Gosh omadied, hoorden we in Iran. Oh, Iran. Turkije staat er natuurlijk om bekend, maar misschien is Iran wel de koning van de gastvrijheid. Nergens was het zo duidelijk als daar. Een gast dient met het grootste respect en de grootste zorgzaamheid behandeld te worden. En dat hebben we ondervonden. Het was buitengewoon.

    Ook buitengewoon, maar dan anders, vonden we de beelden van de onophoudelijke stroom vluchtelingen in Europa, die wij in het Midden-Oosten op tv te zien kregen. We zagen de waterkanonnen, de demonstraties en het prikkeldraad. De boodschap van Europa was maar al te duidelijk: oprotten naar waar je vandaan komt.

    Waar ze vandaan komen? Wel, dat weten we allemaal. Uit landen als Syrië, Irak en Afghanistan. Uit culturen waar onvoorwaardelijke gastvrijheid tonen aan vreemdelingen één van de belangrijkste waarden is die men kent. Wij, twee Europeanen met een paspoort en genoeg geld om in luxe te reizen en onderweg ons eigen eten te kopen, hebben mogen proeven wat deze gastvrijheid inhoudt. Hadden we die gastvrijheid nodig? Nee. Zeker niet. We zijn vrijwillig op reis gegaan en hebben genoeg middelen tot onze beschikking om niet van de goedheid van de lokale bevolking afhankelijk te hoeven zijn. Maar we kregen het wel, die goedheid. In overvloed. Zomaar. Zo gaan ze in het Midden-Oosten nu eenmaal met vreemdelingen om.

    Hoe wij in Europa met vreemdelingen omgaan hoefden we niet uit te leggen aan al die mensen in Turkije en Iran die ons verwenden en gastvrijheid betoonden. Ze wisten het al, want ze zagen het op tv. Of ze ontvingen berichten van gevluchte familieleden.

    Onlangs lazen we een hartverscheurend verhaal over vluchtelingen in Duinkerken. Het is werkelijk precies het tegenovergestelde van wat wij op onze reis hebben meegemaakt. Het raakte ons diep. Wij, verwende reizigers, werden ongevraagd als koningen behandeld. Zij, diep hulpbehoevende vluchtelingen, als ratten. Bijna alles hebben ze al verloren. Nu raken ze in het als ‘christelijk’ bekendstaande Europa hun eer en waardigheid ook nog kwijt.

    Ze hadden ons daar in het Midden-Oosten eigenlijk met waterkanonnen terug Europa in moeten spuiten.

  • Een bananenboom in de winter

    Een bananenboom in de winter

    № 18 | Deel 3: Centraal-Azië

    Volgens de klimaatinformatie komen er in Tadzjikistan gemiddeld zo’n driehonderd zonnige dagen per jaar voor. Dat lijkt aardig te kloppen. We hebben al veel zonovergoten dagen meegemaakt met prachtige diepblauwe luchten. Ook nu in januari schijnt de zon volop. Heerlijk, want daardoor voelt het ondanks de koude winterlucht toch nog warm aan. Dat komt ook omdat het hier zelden waait.

    De bananenboom vlakbij ‘ons’ huis is gekortwiekt en ingepakt met aluminiumfolie. Van de lente zal hij weer gaan bloeien zo is ons verteld. Het is moeilijk te geloven dat een bananenboom de winter overleeft, maar blijkbaar kunnen ze een stootje hebben. We vinden de bananenboom wel een mooi symbool voor het klimaat hier: hete zomers, koude winters. Een typisch landklimaat dus. In de stad, waar wij wonen, valt het met de kou nog mee. Bij uitzondering kan het een keer vijftien of twintig graden onder nul worden. In de hooggebergtes, grenzend aan de Himalaya, is het een heel ander verhaal. Daar kan het kwik zomaar dalen tot min veertig of meer…

    Dan de regen. Het gebeurt niet vaak, maar áls het regent is het direct steenkoud. Ook ontstaan er enorme plassen waarvan je moeilijk kunt inschatten hoe diep ze zijn. De straten en voetpaden zijn namelijk slecht geplaveid. Een soort ‘twister’ krijg je dan, je weet wel, dat spelletje waarin je je lichaam in de meest onmogelijke posities moet zien te manoeuvreren. Enigszins avontuurlijk wordt het lopen in de regen dan wel, want de vraag is altijd of je met droge voeten thuiskomt. Daarnaast moet je onderweg ook uitkijken voor ongevraagde douches. Niet elk huis heeft bij de dakgoot een afvoerpijp naar beneden, waardoor het water vanaf het dak dus direct in een harde straal op straat klettert.

    Een voordeel van de regen hier is dat het niet in je gezicht waait. We zeiden het al, waaien doet het hier zelden. Voor ons, noeste Hollanders die gewend zijn om door striemende regenbuien te fietsen, is dat nieuw. Geen wind, het mag gerust een verademing genoemd worden.

    Tot slot nog iets over de sneeuw. Vorige maand, begin december, is het eerste pak gevallen. Niet enorm veel, maar genoeg om de straten voor bijna twee weken in ijsbanen te veranderen. Alleen de hoofdstraten worden sneeuwvrij gemaakt. De rest niet. Vreemd eigenlijk, want veel straatjes zijn hier vol voetgangers, en daardoor zijn het eigenlijk ook hoofdstraten. Je zou denken dat het sneeuwvrij maken van de belangrijkste looproutes daarom niet zo’n gek idee is. Maar zo denkt men hier niet.

  • Grootvadertje Vorst

    Grootvadertje Vorst

    № 17 | Deel 3: Centraal-Azië

    Anders dan je zou verwachten in een islamitisch land doen ze hier wel aan Kerst, zij het dan in lichte vorm. Her en der ontdekken we een opgetuigde plastic dennenboom, via de satelliet zijn soms wat kerstachtige reclamebeelden uit Rusland te zien en G. is naar een heuse kerstmarkt geweest in de tuin van de Duitse ambassade. Er waren meer Amerikanen dan Duitsers maar ze verkochten wel bratwurst en glühwein.

    En jawel, ook de kerstman kennen ze hier. Al heet hij anders. De beste man wordt hier “Grootvadertje Vorst” genoemd (Дед Мороз in het Russisch) ofwel Grandfather Snow. Het betreft een communistisch verzinsel uit de voormalige Sovjet-Unie, waar Tadzjikistan ook deel van uitmaakte, en is bedacht omdat elke verwijzing naar religie destijds streng verboden was, zéker het “Christ” in Father Christmas. Hoewel de kerstman natuurlijk al een verzinsel op zichzelf is, heeft men er voor de zekerheid dus maar een soort sneeuwman van gemaakt.

    Grandfather Snow blijft tot volgend jaar, want wat wij kennen als Kerst wordt hier als een soort nieuwjaarsfeest gevierd. We zien het maar als een originele variant van hetzelfde zielloze gebeuren want ook de kerstman heeft natuurlijk bijzonder weinig met Kerstmis te maken. Over Kerstmis gesproken: we hopen dat jullie een goed Kerstfeest hebben gehad en we wensen jullie alvast een hele fijne jaarwisseling toe en een fantastisch 2016!

  • Aardbeving!

    Aardbeving!

    № 16 | Deel 3: Centraal-Azië

    In de nacht van Eerste op Tweede Kerstdag maakten we de derde aardbeving in ons leven mee. Het epicentrum lag in Afghanistan, maar ook wij werden er wakker van. Gelukkig bleef het hier bij flink geschud en gerinkel. Geen gewonden of schade. Toch stonden we in mum van tijd naast ons bed, want je weet nooit hoe erg het gaat worden. De vorige aardbeving die we meemaakten (begin december) viel gelukkig ook mee, maar vooral de herinnering aan de eerste, véél zwaardere aardbeving staat nog vers in ons geheugen…

    Het begon midden op de dag, zomaar. Vanuit het niets begon de grond te beven en te hellen. Een héél naar en angstig gevoel. Onze eerste gedachte was: wat is dit? En direct daarna: een aardbeving! Wat moeten we doen? Waar zijn we veilig? Nou, nergens dus.

    De aardbeving hield lang aan, meer dan een minuut. We renden naar buiten en bleven in groepjes midden op straat staan. Uiteindelijk bleek het mee te vallen. Her en der in het land werden schade en gewonden gemeld maar daar bleef het bij.

    Tweehonderdvijftig kilometer zuidelijker was het een heel ander verhaal.

    Het epicentrum van deze zware aardbeving (7.5 op de schaal van Richter) lag in het ruige Hindu Kush gebergte in het uiterste noordoosten van Afghanistan. In totaal zijn er in dit gebied bijna driehonderd doden gevallen en er waren zeker twaalfhonderd gewonden.

    Om je gerust te stellen: echte zware aardbevingen komen in Tadzjikistan niet vaak voor. Wél is de aarde in deze regio eigenlijk constant in beweging. Niet waarneembare tot lichte aardbevingen komen dagelijks voor, soms zelfs meerdere op een dag. Dit geldt voor heel veel landen trouwens die aan de rand van een tektonische plaat liggen. Kijk maar eens op earthquaketrack.com. Dit helpt wellicht om het een beetje in perspectief te zien.

  • Het verhaal achter onze winterkleding

    Het verhaal achter onze winterkleding

    № 15 | Deel 3: Centraal-Azië

    We houden erg van de tweedehands kledingbazaar. Deze bazaar behoorde er eigenlijk helemaal niet te zijn, maar omdat de zeecontainers met daarin de uit liefdadigheid geschonken kleding uit het Westen in een Pakistaanse haven zijn opgekocht in plaats van verder te worden getransporteerd naar het land waar de kleding oorspronkelijk voor bedoeld was, is die bazaar er nu wel. Met enig geluk kun je hier je eigen weggegeven kleding terugkopen.

    Omdat we lichtgewicht reizen (één rugzak van negen kilo en één van vijftien) zal het je niet verbazen dat we het minimum aan kleding bij ons hebben. Per persoon twee broeken, een trui, een jas, twee T-shirts, twee hemdjes, vier paar sokken, drie paar ondergoed van merinowol, zwemkleding, één paar schoenen en slippers.

    Met dank aan de tweedehands kledingbazaar zijn daar nu drie broeken, vier truien, drie T-shirts, één paar nette schoenen, twee paar traditionele winterjurken, twee paar wanten en twee mutsen bijgekomen. En als we over een aantal maanden hopen te vertrekken naar het warme zuiden dan laten we onze wintervacht hier gewoon weer achter.

  • Tikkertje is gratis

    Tikkertje is gratis

    № 14 | Deel 3: Centraal-Azië

    “Maar meneer, ik héb het toch ook goed gedaan?” Vertwijfeld gooit Salim zijn handen in de lucht. “Ik heb er bijna drie weken voor geleerd!” De leraar knikt langzaam. Met een indringende blik kijkt hij de wanhopige jongen aan. Er valt een stilte. “Je luistert niet goed”, zegt de leraar dan zacht. “Ik zei niet dat het niet goed was. Ik zei: je kúnt er een negen voor krijgen. Maar dat is aan jou.” Hij grijnst, en zijn vingers maken het bekende geldgebaar.

    Bovenstaande sluit aan op onze vorige post. Dergelijke praktijken gebeuren hier echt. Te triest voor woorden nietwaar?

    Nu iets waar je wel vrolijk van wordt. Tenminste, wij wel. Loop een willekeurige korte straat af, kijk links en rechts de steegjes in en je bent ze al ergens tegengekomen. Spelende kinderen. Lijkt dit in Nederland op steeds meer plekken een uitzondering te gaan worden, hier is dat geenszins het geval. Grote kans dat daar economische motieven aan ten grondslag liggen. Xboxen zijn duur. Tikkertje is gratis.

    Maar het zijn niet alleen de kinderen die ons vrolijk stemmen. Ook volwassenen en zij die tussen de eerste en tweede groep invallen doen dat. Zwermen puberende scholieren, voorbij schuifelende opaatjes met mantel en bontmuts, verkoopvrouwtjes achter hun groenten en fruit… Zoveel mensen hier op straat. Zoveel te doen. Ontmoetingen, begroetingen, gelach, geschreeuw. Sneeuw en kou lijkt hen niet te deren. De bevolking van Centraal-Azië leeft het liefst op straat.

  • In de bus

    In de bus

    № 13 | Deel 3: Centraal-Azië

    Wat is het hier toch een heerlijk rommeltje. Neem bijvoorbeeld het openbaar vervoer. Spotgoedkoop, want ongeveer dertien eurocent per rit. Je zit dan wel opgepropt in een marsjroetka (маршрутка) maar dat is juist leuk. Een belevenis op zichzelf en één van de beste manieren om erachter te komen hoe het leven hier in elkaar steekt. Er zijn marsjroetka’s in twee groottes: De Hyundai Starex minivan en de Mercedes Sprinter. Ze nemen standaard teveel mensen mee maar dat woord kennen ze niet. Hoe meer mensen, hoe lucratiever voor de chauffeur. Ook wel nodig trouwens, want alle reparaties zijn voor eigen rekening.

    Betalen gaat op een bijzondere manier. Mocht je achterin zitten dan tik je op de schouder van de persoon voor je en overhandigt hem of haar een verfrommeld bankbiljet, wat vervolgens net zo lang naar voren doorgegeven wordt totdat het uiteindelijk bij de chauffeur terechtkomt. Vervolgens komt het eventuele wisselgeld in tegenovergestelde richting jouw kant op. Een andere mogelijkheid is om het geld aan de hulpjongen te geven, wiens taak voornamelijk het open en dichtschuiven van de zijdeur is, en het ‘naar binnen schreeuwen’ van passagiers. Je kunt je wel voorstellen dat deze wijze van betalen in een bijna constant vol busje met steeds in- en uitstappende passagiers (je kunt erin en eruit waar je zelf wilt maar je moet wel schreeuwen) het allemaal nogal onoverzichtelijk maakt. Constant gaan er briefjes heen en weer, en als je in het midden zit ben jij meestal degene die door mag geven. Tik, tik, weer een briefje. Gezellig toch?

    Over gezellig gesproken: sommige busjes doen aan als een heuse huiskamer. Flatscreen tv, reusachtige geluidsboxen, een met stof en leer beklede binnenkant en natuurlijk: muziek! Wil je meer leren over dit land en zijn bewoners, ga dan met de marsjroetka. Alles komt voorbij. Schoolkinderen in stemmig schooluniform en donkere jas (vrolijke kinderjassen zie je hier nauwelijks), opa’s met vierkant moslimhoedje en kabouter Plop-baard, dames in bontjassen en bontjurken, zakenmannen en werklui, giechelende pubermeisjes en soms, heel af en toe, een paar verdwaalde westerlingen.

    Het openbaar vervoer is hier dus behoorlijk anders dan in Nederland. Minder georganiseerd en minder strak. Alles kan, zo lijkt het. Dat laatste geldt trouwens zéker voor het verkeer in het algemeen, en de rijstijl in het bijzonder. De meest ongelooflijke en uitermate onverantwoorde manoeuvres (waarvoor je in Nederland je rijbewijs onmiddellijk mag inleveren) vinden hier om de haverklap plaats. Tegen het verkeer inrijden bijvoorbeeld, of op een drukke tweebaansweg een auto inhalen die zelf óók aan het inhalen is, levensgevaarlijk afsnijden, plotseling stilstaan midden op de weg, dat soort dingen.

    Wat er aan verkeer zoal rondrijdt is een interessante mengelmoes van ongelooflijk oud tot twijfelachtig nieuw. Een dikke V8 Toyota Landcruiser is een normaal gezicht (meestal van één van de talloze ngo’s hier) en ook Porsches en Lexussen zijn geen uitzondering. Zelfs Ford Mustangs, Hummers en een Audi R8 hebben we gespot. Meer gangbaar echter zijn de oudere modellen Opel Astra en Mercedes-Benz. Gangbaar is niet helemaal het juiste woord. Ze zijn all over the place. Duitse degelijkheid doet het hier goed. Af en toe zien we zelfs een Opel of Mercedes met een ‘NL’ sticker achterop. Leuk toch? Een derde, niet te vergeten automerk is de Lada. Niet alleen favoriet onder de gewone burgers, ook het halve wagenpark van de politie bestaat eruit. In welk land zie je dat nou nog: een blauwwitte ouwe gare Lada (inclusief reusachtige zwaailamp), een statige verkeersagent ervoor met een enorme, bovenmaatse pet op zijn hoofd en een rode staaflamp in zijn hand, speurend naar automobilisten om smeergeld af te troggelen? Wel, welkom in Centraal-Azië!

    Smeergeld en corruptie. Ja, helaas. Ook dat is Centraal-Azië. Volgende keer meer hierover.

  • Pizza met brood

    Pizza met brood

    № 12 | Deel 3: Centraal-Azië

    “For decades—centuries even—much of the world has regarded Central Asia a little more than a blank on the map, synonymous not with the centre of Asia but with the middle of nowhere.”

    Zo begint de inleiding over Centraal-Azië in de Lonely Planet. En, wees eerlijk, wat weet jij van dit deel van de wereld? Voor ons was het voor we hierheen gingen precies zoals de LP het beschrijft: niet veel meer dan een witte vlek op de kaart. Wat we wisten was dat het ergens tussen Rusland en China ligt, dat het veel onherbergzame gebergtes heeft en dat er herders met spleetogen en bontmutsen moeten rondlopen. En ja hoor—zoek maar eens plaatjes—dat klopt. Maar Centraal-Azië is meer. Wat? Daarover zullen we de komende maanden schrijven. Over onze ervaringen in een deel van de wereld waar je weinig tot geen toeristen ziet en dat, behalve Afghanistan, nagenoeg nooit in het nieuws komt.

    Deze keer willen we iets vertellen over het eten. We citeren opnieuw de Lonely Planet:

    “Food should not be the main reason you come to Central Asia.”

    Nee, een culinair paradijs is het hier inderdaad niet. Maar dat hadden we ook niet verwacht. Omdat de mensen die hier wonen overwegend arm zijn, is het eten eenvoudig, en—omdat het leven zwaar is en de winters koud—vooral basic. Denk aan vette soep, wortels, uien, aardappels en yoghurt. Daarnaast krijgen we met enige regelmaat ош geserveerd (spreek uit als ‘osj’), hét regionale gerecht. Osj bestaat uit in olie gebakken rijst met wortel, ui en pietepeuterige kleine stukjes vlees. Van dit vlees moet je je überhaupt niet al te veel voorstellen. Het is vettig en taai en bevat in de meeste gevallen meer bot dan vlees omdat het afvalvlees uit het westen betreft. Kwaliteitsvlees is hier een absoluut luxeproduct. De enige uitzondering hierop is misschien de shaslick, een lekkernij die op straatbarbecues voor niet al te hoge prijzen te verkrijgen is.

    Een aantal weken terug hebben we een bevriend gezin meegeholpen met het inmaken van tomatensaus voor de winter. Dit klinkt eenvoudiger dan het was. Enorme bergen tomaten, uien, paprika’s, aubergines en knoflookteentjes zijn er doorheen gegaan. Geschild, in stukjes gesneden en daarna gekookt in een reusachtige pan. Het hele project duurde twee dagen. Resultaat: zestig liter pastasaus. Groenten inmaken wordt in de herfst door wel meer mensen gedaan. Veel groenten, zoals tomaten, zijn ‘s winters namelijk niet meer verkrijgbaar of peperduur. Ook met fruit is dit zo. In oktober hebben we veel druiven gegeten maar nu in november zie je ze al haast niet meer. In feite heel normaal natuurlijk. Het seizoen bepaalt wat er te krijgen is. Er wordt wel voedsel geïmporteerd, maar alleen expats en rijken kunnen dit zich veroorloven. Er zijn geen havens in Centraal-Azië en aanvoerroutes over land zijn lang en bergachtig. Invliegen is uiteraard ook duur, wat dus betekent dat voor de meeste mensen de maaltijden simpel en eentonig zijn.

    Tot slot nog iets over het brood. Bij elke maaltijd wordt нон (non) geserveerd: een soort afgeplat, rond stokbrood. Dit brood eet men werkelijk met alles en is onlosmakelijk verbonden met de cultuur. De bedoeling is dat je het brood mét het gerecht eet. Dus: soep met brood, rijst met brood, gebakken aardappels met brood, pizza met brood… Pizza zei je? Maar pizza ís toch…