Bulgarije

  • Rilski Manastir en Plovdiv

    Rilski Manastir en Plovdiv

    № 7 | Deel 1: Europa

    Na Blagoevrad reizen we verder naar het dichtbijgelegen Рилски Манастир. Of, in het latijnse alfabet: het Rilski Manastir (het Rilaklooster). Want zo is dat dus, reizen naar het oosten. Langzamerhand verandert alles—zo ook het schrift. Viel er in Tsjechië nog wat van de taal te maken, in Hongarije werd dit al minder. In Macedonië en Bulgarije is het helemaal puzzelen geblazen met dat Cyrillisch schrift. Overigens is dit schrift ontstaan in Bulgarije en niet in Rusland, zoals we altijd dachten. Eén van de vele nieuwe dingen die we in de afgelopen tijd geleerd hebben.

    Het Rilaklooster

    Het Rilaklooster is een heilige plek voor Bulgaren en wordt ook wel het Bulgaarse Jeruzalem genoemd. De oprichter is kluizenaar Johannes van Rila, die onder andere twaalf jaar in een grot heeft geleefd. Zijn volgelingen hebben in hetzelfde gebied, het Rilagebergte, dit klooster opgericht. We vonden het een lust voor het oog en een bijzondere belevenis. Vooral ’s avonds, toen de dagjesmensen verdwenen waren en met het vallen van het duister ook de stilte indaalde. Wist je trouwens dat de monniken in dit klooster prachtig kunnen zingen?

    Plovdiv

    Vervolgens ging de reis naar het sfeervolle en stokoude Plovdiv. Vroeger werd Plovdiv Philippopel genoemd, naar de vader van Alexander de Grote. Deze informatie hebben we niet van onszelf maar van Chris van Free Plovdiv Tours waarmee we een paar uur door de stad gewandeld hebben. Zeer leerzaam! Plovdiv blijkt niet alleen in de geschiedenis, maar ook nu nog van grote betekenis te zijn. De stad staat zelfs genomineerd voor de culturele hoofdstad van 2019. Wel, Plovdiv verdient het.

    Authentiek en vol wilde natuur

    We hebben erg genoten van Bulgarije. Het is een land met een prachtige, wilde natuur. Bossen in de mooiste groenschakeringen, ontelbare bruisende riviertjes en veel bergen. De oude Lada is hier nog steeds een veel gebruikt vervoersmiddel en paard en wagen ook. Toch is op veel plekken goed te zien dat Bulgarije met zijn tijd meegaat. Het is een mooie mix van authentiek platteland, wonderlijk natuurschoon en moderne steden die eigenlijk weinig meer onderdoen voor de steden in West-Europa.

    Op naar Istanboel

    Vannacht vertrekken we met de bus naar Istanboel. Alleen de naam al! We kijken enorm uit naar deze bruisende miljoenenstad die meer inwoners heeft dan heel Nederland bij elkaar. We hebben een couchsurfadres gevonden en daar zijn we heel blij mee. Het was niet zo makkelijk om iemand te vinden die nog beschikbaar was, maar dankzij Şahin is het toch gelukt. Weliswaar woont hij helemaal in het stadsdeel Belikdüzü, wat maar liefst veertig kilometer van Taksim en de Bosporus vandaan ligt, maar ach, wat geeft het. Istanboel is Istanboel!

  • Groetjes uit Kumanovo

    Groetjes uit Kumanovo

    № 6 | Deel 1: Europa

    Prizren, Kosovo. Na nog geen tien minuten liften stopt er een felrode Audi S1 voor onze neus, en wel op zo’n manier dat er geen auto meer langs kan. Het zijn Arianit en Haris, die twee geweldig gastvrije jongens blijken te zijn. Ze nemen ons helemaal mee tot aan de grens met Macedonië, wat zeker twee keer zo ver is dan ze oorspronkelijk van plan waren te rijden! Speciaal voor ons maken ze er ook nog eens een hele toer van. Onderweg stoppen we op een populaire picknickplaats in de bergen en in de auto voeren we diepgaande gesprekken over de Balkanoorlog, studie, reizen en couchsurfen. Veel te snel bereiken we de grens.

    Zamet

    Aan de Macedonische kant worden we opgepikt door Zamet, een zakenman die samen met zijn broer twee winkels runt in Skopje. Zijn eerste vraag is waar we vandaan komen, want hij neemt in géén geval Syriërs mee. Daar kun je voor in de gevangenis komen, zo vertelt hij later. Een paar dagen later horen we op het nieuws dat de aanhoudende stroom vluchtelingen ook in Macedonië een enorm probleem aan het worden is. Vandaar die bizarre maatregelen dus.

    Skopje

    Zamet zet ons keurig middenin het oude deel van Skopje af. Ronddolend door de smalle straatjes krijgen we een beetje een idee hoe het hier vroeger geweest moet zijn. Wat een geschiedenis heeft dit deel van Europa toch, realiseren we ons opnieuw.

    Na het regelen van twee bedden in een leuk hosteltje in het oude centrum wandelen we naar het nieuwe deel van de stad aan de andere kant van het water. Deze kant van Skopje is totaal anders. Wel aardig, maar ook een beetje pompeus. Werkelijk overal stikt het van de standbeelden en fonteinen, sommigen zelfs met lichtshows. Voor gezinnen met kinderen ontzettend leuk natuurlijk. We zullen Joost Jan en G. niet zijn als we, het voorbeeld van de kinderen volgend, ook even door zo’n fontein moeten lopen. Eén van ons wordt hierdoor zeiknat. We zeggen niet wie.

    Werkloosheid, frustratie en haat

    De volgende morgen beginnen we vol goede moed aan een nieuwe liftdag en al vrij snel worden we meegenomen door drie aardige jongens die allemaal civiele techniek blijken te studeren. De studenten vinden het erg leuk om mensen uit Nederland te ontmoeten. Ze vragen ons het hemd van het lijf. Als ze vragen hoe het met onze economie is gesteld, willen we bijna automatisch ‘slecht’ zeggen, maar gelukkig kunnen we ons nog net inhouden. Natuurlijk, er is momenteel veel werkloosheid in ons land maar vergeleken met Macedonië is slecht toch echt het verkeerde woord. Het schrikbarende werkloosheidscijfer in Macedonië ligt op 26,9 (!) procent… De jongens zijn begrijpelijkerwijs erg somber over de economie en de toekomst van hun land en verwachten niet dat toetreding tot de EU er ooit nog inzit.

    Dan komt het gesprek op de recente ongeregeldheden in Kumanovo, wat precies de plaats is waar we nu heenrijden. In plaats van somberheid horen we nu vooral frustratie. Of is het haat? “We call them goats”, zegt de jongen achter het stuur, doelend op de Albanezen. “Don’t go to Kosovo! It’s very dangerous there!”, zegt één van de anderen. “Actually, that’s where we just came from”, is ons nuchtere antwoord.

    Kjoestendil

    In Kumanovo houdt ons liftgeluk* op. Dientengevolge belanden we in de bus naar Kjoestendil, een klein, vergeten provinciestadje in een uithoek van Bulgarije. Een soort Emmeloord, zou je kunnen zeggen. Omdat er geen bus meer verder blijkt te gaan, besluiten we om het centrum van Kjoestendil in te ‘duiken’, op zoek naar een slaapplaats. Het centrum bestaat uit een groot plein waar kinderen op mountainbikes met gekleurde ledverlichting onder hun frame steeds dezelfde rondjes fietsen. Verder is er een park, een speeltuin, een openluchtkapel, een handvol cafeetjes en dat was het wel zo’n beetje.

    Het aftandse hotel waar we na een korte zoektocht (en met onverwachte lokale hulp) naar binnen lopen stamt zo te zien nog uit het socialistische tijdperk. Jaren zestig interieur, haperende elektriciteit en een bejaard mannetje achter de receptie dat geen één letter Engels spreekt. Nadat de beste man na vijf lange minuten eindelijk doorkrijgt dat we geen Bulgaars spreken maar wél graag een kamer willen boeken proberen we non-verbaal in te checken, wat moeilijker blijkt dan gedacht. Gelukkig is de oplossing nabij. Het mannetje diept een ouderwets model mobiele telefoon op uit zijn jasje en draait een nummer. We krijgen een vrouwtje aan de lijn dat warempel wel Engels spreekt en zodoende lukt het ons om uiteindelijk een kamer te bemachtigen. De hotelkamer stinkt naar sigarettenrook en is bijzonder gehorig maar gelukkig is er wel wifi. Tenminste, volgens het vrouwtje. Volgens onze iPad niet.

    Na Kjoestendil zetten we koers naar Blagoëvgrad en het nabijgelegen Rilaklooster. En zo trekken we dieper Bulgarije in. Maar dat is een ander verhaal.

    *: Een prachtige term, voor zover ik weet oorspronlijk gemunt door Marjan Knippenberg.