Bij het nieuws

  • Druppels

    Of het nu studenten zijn die een universiteitsgebouw bezetten of een kunstenares die de dochter van een uitgezette vluchteling bijstaat: in beide gevallen gaat het om mensen die hun nek uitsteken. Mensen met idealen. Mensen die opstaan tegen onrecht. Dat vind ik mooi.

    Oudere mensen hoor je weleens zeggen dat idealisme voorbij gaat. Iets voor twintigers, dertigers—hooguit. Na het onvermijdelijke koophuis en het krijgen van kinderen verdwijnen de idealen sluipenderwijs, om plaats te maken voor berusting, onverschilligheid en cynisme. Volledig opgeslokt door de sleur van het bestaan en daarna opgebrand en uitgeblust. Zoiets.

    Ik geloof daar niet in. Kijk naar Nelson Mandela, paus Franciscus of Wubbo Ockels. Of het oude vrouwtje dat jaar in jaar uit langskomt met de collectebus. Idealisme heeft niets met leeftijd te maken.

    Theoloog Reinier Sonneveld noemt in zijn boek Het goede leven enkele argumenten die mensen soms aanvoeren om maar niets te hoeven doen:

    — Het helpt toch niets. Er is zoveel corruptie.

    — Waar moet ik beginnen? De wereld is zo groot en zo complex.

    — Het is een druppel op een gloeiende plaat.

    Zijn antwoord op die laatste dooddoener vind ik prachtig:

    “Die druppel op de gloeiende plaat zou een standbeeld moeten krijgen!”

    Doe gewoon iets. Alle beetjes helpen. Bij elkaar vormen deze losse druppels een zee van gerechtigheid. Niets doen omdat het ‘slechts’ een druppel op de gloeiende plaat is? Zeg dát maar tegen het kindslaafje uit India dat heeft kunnen ontsnappen uit de steengroeve. Of tegen de bootvluchteling die wél gered is. Zij zijn die druppels!

  • Vijf aanbevelingen voor een humaner asielbeleid

    Na drie jaar lang een vluchtelingengezin in huis te hebben opgevangen meen ik enig recht van spreken te hebben aangaande het Nederlandse asielbeleid. En hiermee zijn we ook direct bij de kern van dit artikel. Want over welk beleid hebben we het eigenlijk?

    Trieste gevolgen van een onmenselijk beleid

    We hebben het over een beleid dat mensen drijft tot wanhoop, zoals de Iraniër Kambiz Roustayi, die zich op 6 april 2011 op de Dam in brand stak. We hebben het over een beleid dat ervoor zorgt dat kinderen onterecht worden uitgezet naar landen waar ze nooit hebben gewoond en waar het overduidelijk onveilig is. We hebben het over een beleid dat ervoor zorgt dat onschuldige mensen worden opgesloten in een cel omdat men er simpelweg geen raad mee weet. We hebben het over een beleid dat ervoor zorgt dat gezinnen zonder pardon op straat worden gezet omdat ze nu eenmaal ‘uitgeprocedeerd’ zijn. We hebben het over een beleid dat ‘steunt’ op een wirwar aan wetten en regels die dikwijls met elkaar in strijd zijn en waar de vluchteling de dupe van wordt.

    Een dergelijk asielbeleid noem ik geen beleid. Dat noem ik een schande. Ja, ik durf het zelfs misdadig te noemen. De verstrekkende gevolgen van dit onmenselijke beleid zijn soms zó erg dat er vluchtelingen zijn die aangeven méér last te hebben van het trauma dat ze in ons ‘beschaafde’ Nederland hebben opgelopen dan van de oorlog en onderdrukking waarvan ze gevlucht zijn! Is dat niet intriest? Wat voor een land willen we zijn?

    We hebben het over een regering die grote fouten begaat, deze fouten vervolgens niet toegeeft en nergens verantwoording over aflegt. Laf en buitengewoon onrechtvaardig vind ik dat. Juist die uiterst kwetsbare groep van vogelvrije vluchtelingen hebben het zo nodig om tegen onrecht beschermd te worden!

    Vijf aanbevelingen voor een humaner asielbeleid

    Ik ben het eens met staatssecretaris Teeven dat de regels ten aanzien van immigranten streng maar rechtvaardig moeten zijn. Maar dat zijn ze nog steeds niet, hoe mooi gebracht ook. Ja, op bepaalde gebieden is er sprake van verbetering (procedures die versneld zijn) maar op andere gebieden holt het juist achteruit (het strafbaar stellen van illegaliteit).

    Dat de immigratieproblematiek een lastige is, is evident. Natuurlijk kunnen niet alle asielzoekers blijven. Daar gaat het ook niet om. Het gaat om de behandeling van deze mensen en de manier waarop men een beleid uitvoert. Klinkklare oplossingen voor de problemen omtrent immigratie (zoals veilige landen die weigeren hun burgers terug te nemen) heb ik niet. En ik ben blij dat ik niet in de schoenen van de minister en uitvoerend staatssecretaris sta. Maar wél ben ik van mening dat het veel beter moet. Dat het humaan moet. Hieronder volgen mijn aanbevelingen voor een humaan asielbeleid:

    1. Stop per direct met het opsluiten van vluchtelingen in een cel

    Onschuldige mensen opsluiten, wat is dat voor een waanzin? Sinds wanneer is vluchten dan een misdaad? En wat is dat opsluiten, vrijlaten en opnieuw opsluiten voor een ziekelijk spelletje? En waarom zijn  asielzoekerskinderen bijna allemaal bang voor de politie? Dat leren wij, ‘beschaafd’ land, kinderen toch niet? Nou, toch is het zo. Die kinderen leren we het wel. Ik heb drie jaar in huis geleefd met kinderen die doodsbang waren voor Nederlandse politie-uniformen. En dat snap ik wel. Elke dag leefden deze mensen in angst omdat vader namelijk ‘illegaal’ was en—ondanks dat hij niet kon worden uitgezet—altijd bang was voor eventuele opsluiting. Toen dit gezin op een dag niet open durfde te doen voor de politie werd mijn voordeur er nog net niet uit geramd. De politie is je vriend. Ja, ja.

    2. Maak een eind aan de omgekeerde bewijslast

    Hoe graag de IND het ook zou willen: een vluchtverhaal kan niet altijd gestaafd worden met bewijs. Zaken zijn niet altijd zo rechtlijnig als het IND en het OM ons via de media doen geloven. De nuance breekt aan op het moment dat je de vluchtelingen zélf ontmoet. De zelfmoorden, pogingen tot zelfmoord en de hongerstakingen spreken voor zichzelf, denk je niet? Dat doet een mens niet omdat hij een bad hair day heeft. En die omgekeerde bewijslast, waar slaat dat op? Alsof je in je land van herkomst eerst eens rustig bewijzen gaat verzamelen voor je vluchtverhaal zodat je deze jaren, járen later in een Nederlands gerechtsgebouw tegenover de rechter, het OM en de vriendelijke mensen van het IND kunt overleggen. Ja hoor, ik zie het al helemaal voor me: “…en dáárom, meneer de rechter, ben ik gevlucht. Hier heb ik het, vijfentwintig uitgeprinte pdf’jes. Compleet met stempel en handtekening van mijn vijand en in vijfvoud afgedrukt. O ja, en ik moest u nog de groeten doen van Bashar al-Assad.” Zo werkt het dus niet.

    3. Vermijd de stigma’s profiteur en gelukszoeker

    Willen we niet allemaal het beste voor ons en onze familie? Waarom wij dan wel en zij niet? Wat is er mis met het zoeken naar een leven in vrijheid en the pursuit of happiness? Naar een beetje meer vrede en veiligheid? Waarom is ‘een economisch vluchteling’ zo’n beladen term geworden? Wij doen toch precies hetzelfde? Kijk maar naar ‘Ik vertrek.’ O ja, we hoeven alleen niet te vluchten, behalve misschien van je schoonmoeder of zo. Waarom wordt het onderscheid tussen vluchtelingen eigenlijk gemaakt? Waar slaat dat op? Zodat het makkelijker wordt om aan onze kinderen uit te leggen dat je aan sommige asielzoekers een grotere hekel mag hebben dan aan andere? Een andere reden kan ik zo snel niet bedenken. Laten we vanaf nu deze stigma’s vermijden en stoppen met die absurditeit om mensen te bestempelen als ‘profiteurs’ of ‘gelukszoekers’. Het is pure propaganda wat slechts kwetst en afbreekt en zeker niet tot iets constructiefs leidt.

    4. Stop het ontmoedigingsbeleid

    Ontmoedigingsbeleid. Wat is je eerste gedachte bij dit woord? Juist. Zelf moest ik denken aan slakken. Je weet wel, die slijmerige dieren die je met korrels uit de tuin verjaagt.
    Het ontmoedigingsbeleid ten aanzien van immigratie heeft als functie om Nederland minder aantrekkelijk te maken voor asielzoekers die nog moeten komen, én een zo onaangenaam mogelijk verblijf voor hen die hier al zijn zodat ze hopelijk weer snel opsodemieteren. Sociale voorzieningen op opvangcentra, zoals computerles, worden steeds verder teruggeschroefd (wat nóg geestdodender maakt) en het gebrek aan gezondheidszorg voor asielzoekers heeft al tot diverse afschuwelijke situaties geleid. Dit wegpesten gebeurt ook in detentiecentra, waar machtige bewakers kinderen hun gameboy afpakken en gezinnen expres gescheiden worden opgesloten. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van hoe de uitvoerende macht zich tegenover deze mensen gaat gedragen als er van bovenaf een dergelijk beleid wordt opgelegd. En dan heb ik het nog niet eens over de medewerkers van de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V) want dat is helemaal ten hemel schreiend. De Dienst ‘Terreur & Verrek’ worden ze spottend ook wel genoemd. Dat geeft te denken.

    5. Geef immigranten een (tijdelijke) baan

    Het is niet nodig om Oost-Europeanen naar ons land te halen voor werk. Er zijn in ons land mensen zat die het ook kunnen. Een bepaalde groep wil niet (daar gaat het nu niet om) maar een andere groep wil juist dolgraag maar die mógen het niet. Dat zijn de immigranten die in afwachting zijn van hun aanvraag. Kom op, geef de economie de impuls waar het om vraagt en geef deze mensen een baan! Of wilt u, Nederlandse staat, beweren dat dit niet kan? Omdat het ‘slechts’ gaat om een jaartje of vijf? Of tien? Of dertien? Ja, zó lang duren (duurden) die asielprocedures! Geloof me, je kan heel wat doen hoor in een decennium. Een stukje polder droogleggen bijvoorbeeld.

    Conclusie

    Uit het jaarboek (2013) van Amnesty International:

    “Regeringen over de hele wereld lijken meer belang te hechten aan het beschermen van nationale grenzen dan aan de rechten van hun eigen burgers of de rechten van vluchtelingen.”

    Misschien is dát het wel gewoon. Angst. We zijn bang. Vreselijk bang. Bouwen muren en hekken en timmeren alles dicht met regels waar geen hond meer wat van snapt. En dan? Nou gewoon, dan is het klaar! Want dan is het ons probleem niet meer! Het probleem… tja, wélk probleem? Het probleem is van niemand geworden. Of, beter nog: het is gewoon hún probleem. Hadden ze maar niet moeten vluchten. Probleem opgelost.

    Politiek, medeburgers: jullie hoeven het niet met me eens te zijn. En jullie hoeven ook geen asielzoekers in huis op te vangen. Of ze zielig te vinden. Verplaats je slechts eens in de situatie van een vluchteling. Je medemens.

  • Weggegooid kapitaal

    Stel je voor: je bent een man van veertig jaar oud en in de kracht van je leven. Je bent getrouwd met een lieve, zorgzame vrouw en je hebt drie prachtige kinderen. Dag in dag uit ben je keihard op het land aan het werk en zo zorg je ervoor dat er genoeg geld is voor eten en dat je kinderen naar school kunnen. Onderwijs betekent kansen en dat is wat jullie hen koste wat het kost willen bieden. Want zo vanzelfsprekend is dat niet in Afghanistan. Elke keer wanneer je ze al spelend en lachend uit school ziet komen verschijnt er een glimlach van dankbaarheid op je gezicht. Je veegt het zweet van je voorhoofd en geeft de ezel een aanmaning om door te lopen. Zojuist hebben je kinderen je zwoegen op het land weer een nieuwe impuls gegeven.

    Totdat het oorlogsgeweld dichterbij komt dan je lief is, wat er uiteindelijk toe leidt dat je samen met je gezin besluit te vluchten. Je verkoopt alles wat je bezit en samen met financiële hulp van familieleden die volgens eigen zeggen niets meer te verliezen hebben kun je het buitensporige bedrag wat de mensensmokkelaar van je vraagt nét betalen. Na een levensgevaarlijke reis kom je aan in één van de landen in West-Europa die vluchtelingen opvangt. Dit land heet Nederland.

    Zeven jaar later.

    Je woont nog steeds op een druilerig, afgelegen asielzoekerscentrum. Kortgeleden ben je voor de vijfde keer overgeplaatst. Je weet nog steeds niet of je mag blijven of niet. De regering is zich erover aan het buigen, zeggen ze. De zaken liggen ‘nogal gecompliceerd’. Gelukkig vragen ze niet veel van je. Ze vragen slechts één ding. Geduld. Het is één van de eerste woorden geweest die je in het Nederlands uit kon spreken. Nu wens je wel eens dat er voor het begrip geduld geen woord uitgevonden hoefde te worden omdat je droomt van een wereld waarin er niet meer afgewacht hoeft te worden.

    Ondertussen is Nederland druk bezig met het binnenhalen van Oost-Europese werknemers in het kader van de Europese eenwording. Zij mogen de gaten in de lage lonen sector opvullen. Dit vind je maar moeilijk te begrijpen. Je snapt het niet zo goed. Want waarom al deze moeite en geldverspilling terwijl de Nederlandse asielzoekerscentra vol zitten met arbeidspotentieel wat dolgraag de handen uit de mouwen wil steken? Dat is toch niets anders dan weggegooid kapitaal?

    Naast dit aanzienlijke economische voordeel voor Nederland denk je dat het ook goed zou zijn voor het imago van de asielzoeker. Want dit imago is niet best, weet je uit ervaring. Onlangs ben je nog voor lui varken uitgescholden in de supermarkt. Het vervulde je met machteloze woede want juist dát is wat je zo graag wilt: werken! Maar zo werkt het niet in Nederland. Een asielzoeker mag niet werken. Dat heeft de Nederlandse regering  verboden. Het credo ‘wie niet werkt, zal ook niet eten’ gaat voor jou dus niet op. Per week krijg je 40 euro leefgeld waar je niets voor terug mag doen. En zo blijft het onterechte beeld van ‘lui varken’ overeind.

    Ja, je vind dit allemaal wel eens vreemd. Het zou allemaal zoveel eerlijker kunnen. En menswaardiger. Maar deze overpeinzingen spreek je niet uit. Want je bent nog steeds asielzoeker. En die hebben niets te willen.

    Je hebt na zeven jaar verplicht piekeren inmiddels ook ondervonden dat je er psychisch gezien niet op vooruit gaat. Het door de Taliban veroorzaakte oorlogstrauma in combinatie met het gemis van land en familie zorgt voor een langzame maar helaas destructieve mentale aftakeling. Als je hier al niet gek van zou worden (ja dus) wordt je het wel van de bijkomende problemen waar je mee te dealen hebt. Het opvoeden van je kinderen op een asielzoekerscentrum. Het leren van een vreemde taal. De voor jou volslagen vreemde westerse cultuur waarin je terecht gekomen bent. De verkapte dreigbrieven van de IND. En de eeuwig aanwezige, knagende onzekerheid over je verblijf in het land dat zegt ‘mensenrechten’ zo belangrijk te vinden.

    Deze en andere gedachten passeren je dagelijks wanneer je de ene sigaret met de andere aansteekt en er afwisselend tekenfilms, soapseries en videoclips aan je netvlies voorbij glijden. Als je hier op den duur moe van wordt, begin je na te denken over je vroegere leven als landarbeider. In deze lentetijd zijn dat vaak gedachten over zaaien en ploegen en is de drang om te werken het grootst. Net als vorig jaar. Het jaar daarvoor trouwens ook.

    Na een poosje worden deze gedachten je teveel. Je gaat een eindje lopen. Tijdens het lopen komt elke keer de herinnering weer bovendrijven aan de tijd dat je in de gevangenis gezeten hebt. Je politieke ideeën strookten namelijk niet helemaal met die van de Taliban. Dat hebben ze je op een hele concrete manier duidelijk weten te maken. Elke wandeling voel je de littekens die je aan je benen opgelopen hebt opnieuw.

    Als je weer terugkomt is er een conflict gaande tussen moeder en dochter. Het kind wil niet meer naar school. Vanwege de onverwachte overplaatsingen naar andere azc’s is ze bang geworden dat ze binnenkort weer afscheid zal moeten nemen van vriendinnetjes. En dat kan ze niet meer aan, zegt ze. Je vrouw wordt woedend. Natuurlijk moet ze naar school! Leren, zoveel als je kunt! Onderwijs betekent kansen! Dan begint je oudste zoon zich ermee te bemoeien. Naar school en dan? En dan? Het antwoord ligt op je lippen. Doorleren en geld verdienen natuurlijk. Maar je zegt niets. Want je zoon heeft gelijk. Voorlopig is er voor hem geen toekomstperspectief.

    Je vrouw en jij zijn ongelofelijk trots op hem. Hij kan zo goed leren! Maar vanwege zijn leeftijd—eenentwintig—mag hij dat niet meer. Tot zijn of haar achttiende mag een asielzoekerskind naar school maar daarna houdt het op in het land dat zichzelf graag een kenniseconomie noemt. Je zoon zou het anders noemen. Het lijkt soms wel of je hem per week ziet vermageren. Je zucht een keer. Je andere, drie jaar jongere jongere zoon komt binnen. Hij doet een opleiding voor autotechniek. Als het goed is zal hij er in juni mee klaar zijn. Je hebt gemerkt dat hij het heel fijn vind om met auto’s aan het werk te zijn. Laatst heeft hij een ontzettende woedeaanval gehad omdat iedereen in zijn klas enthousiast op zoek is naar een baan en hij met zijn diploma niet meer zal kunnen doen dan hem inlijsten.

    Er rolt een traan uit je ooghoek. Je mond is vertrokken tot een smalle streep. Je vuisten zijn gebald. Zojuist hebben je gedachten en de aanblik van je kinderen een nieuwe impuls aan je gevoel van machteloosheid gegeven.

    De oplossing is zo helder als die maar zijn kan. En dat weet je natuurlijk ook wel. Want je hoeft helemaal niet te piekeren! Je bent asielzoeker. Het enige wat de regering van je vraagt is… geduld.